|
Les 12 Kwek de eend Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
|
Wat een gekwaak daar bij de vijver! Ze willen allemaal een stukje brood. De één snatert
nog harder dan de ander. Een brutale eend pikt zomaar een stukje brood uit de hand. Ze hebben honger. Want het is winter. De lekkere hapjes zitten nu onder het ijs. Daarom is het fijn dat de mensen brood komen brengen. Eenden leven bij het water. Het zijn zwemvogels. Ze kunnen vliegen en zwemmen. Eenden in het park zijn tam. Ze zijn niet bang voor mensen. Een eend kan heel stil liggen op het water. Hij blijft drijven. Hij kan zelfs slapen op het water! Misschien kan jij ook wel een poosje blijven drijven. Maar na een tijdje zink je! Een eend heeft luchtzakken in zijn lijfje. Dat zijn ballonnetjes vol lucht. Zo kan hij goed drijven.
|
Een eend kan goed zwemmen. Kijk maar eens naar zijn poten. Tussen z'n tenen zitten zwemvliezen.
Daarmee roeit hij door het water. Hij komt snel vooruit. Heb jij wel eens zwemvliezen aan
gehad? Kon je er ook mee lopen? Als je zwemt word je nat. Je moet jezelf daarna goed afdrogen
en aankleden. Anders word je koud. Een eend zwemt met z'n kleren aan. Hij kan zijn verenpak
niet uittrekken. Voordat hij gaat zwemmen, smeert hij zich in met vet. Bij zijn staart zit een
vetklier. Hij drukt er met zijn snavel op en smeert het vet tussen z'n veren. Het water glijdt er
nu zo vanaf.
|
Een eend eet van alles: waterplantjes, vliegjes en kleine visjes. Hij haalt zijn voedsel vaak uit de modderbodem van de vijver. Dan duikt hij met zijn kop in het water. Zijn achterlijfje steekt er bovenuit. Dat is een grappig gezicht. Met z'n snavel slobbert hij het voedsel naar binnen. Het water en de modder lopen er weer uit. Net als door een zeefje! In de winter hebben de eenden het moeilijk. Als het hard vriest, kruipt de eend helemaal in elkaar. Met z'n poten onder z'n veren. Zijn verenjasje beschermt hem tegen de kou. Het mannetje heeft een mooi gekleurd verenpak. Daarmee kan hij flink opscheppen tegen het vrouwtje. Want het vrouwtje heeft alleen maar bruine veren met vlekjes. De woerd (zo heet een mannetjeseend) vindt zichzelf natuurlijk veel mooier. Maar een vrouwtjeseend valt veel minder op, vooral in het riet. Daarom kan ze daar in het voorjaar rustig zitten broeden. In het park zijn ook witte eenden. Je herkent de woerd aan de krul in zijn staart. | ||