|
Les 13 De kerstboom Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
|
Onze kamer ruikt naar mos . Onze kamer ruikt naar 't bos. Kijk die boom hier nou eens staan. Laten we hem versieren gaan. Hier hang ik een mooie bal! Oh, de lampjes branden al! Wat een schitterende boom. Het lijkt wel of ik droom. Vroeger waren er nog geen ballen en slingers van goud en zilver. Toen hingen de mensen glimmende appeltjes, noten en versieringen van stro in de kerstboom . Als je in de winter naar buiten kijkt, zie je maar weinig bomen met blaadjes. Die zijn er in de herfst afgevallen. Sommige bomen hebben in de herfst wel blaadjes, zoals de spar. Maar wat zien die blaadjes er gek uit. Zo lang en scherp. Het lijken wel naalden. We noemen zulke bomen dan ook naaldbomen. De kerstboom is dus ook een naaldboom. Maar eigenlijk heet hij spar.
|
De naalden van de spar zijn stevig en puntig. Ze smaken helemaal niet lekker. Een dier zal er niet gauw van snoepen. De naalden kunnen ook goed tegen de kou. Ze hebben een stevig velletje. In de winter vallen ze niet van de boom. Toch liggen er vaak naalden onder. Je kunt er heerlijk zacht op lopen. Om de beurt vallen de oude naalden eraf. Maar de nieuwe zitten er al weer aan. Daarom ziet de spar er niet kaal uit. Alleen als de boom ziek is, wordt hij kaal. De naalden worden dan geel en vallen eraf.
|
Een spar heeft ook vruchten. We noemen ze sparappels. Ze zijn lang en smal. In één vrucht zitten heel veel zaadjes. Als de vrucht rijp is, gaan de schubben open en vallen de zaadjes eruit. Aan het zaadje zit een vleugeltje. De wind blaast het ver weg. Soms groeit er uit zo'n zaadje een nieuw boompje. Een dennenboom heeft ook vruchten. Die heten dennenappels. Die zien er heel anders uit. Ze zijn kleiner en ronder. Ook in een dennenappel zitten zaadjes met vleugeltjes. Sparren en dennen zijn naaldbomen. Ze hebben allebei naalden. Toch lijken een spar en een den niet veel op elkaar. Hun naalden zijn ook anders. | ||