|
Les 15 Je hebt heel wat aan je hoofd (ogen en oren) Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
|
Je hebt ogen om te kijken, oren om te horen, een neus om te ruiken en een mond om te praten.
Ogen, oren, neus en mond zijn heel belangrijk.
Want je hebt ze elke dag nodig. Je ogen zijn net venstertjes. Je kijkt er de hele dag door. Pas als je slaapt, gaan de luikjes dicht. Het zwarte rondje in het midden heet pupil. De pupil is niet altijd even groot. Hij wordt groter als het bijna donker is. Het is net of de venstertjes dan verder open gaan. De haartjes aan de luikjes heten wimpers. Ze beschermen het oog tegen stofjes. En soms ook tegen vliegjes. Die prikken heel erg in je oog. De tranen wassen je oog weer schoon. Als je dichtnij en veraf alles scherp ziet, heb je goede ogen. Als je niet alles duidelijk kunt zien, moet je een bril hebben. Dan moet je eerst naar de oogarts. Die kijkt of je een bril nodig hebt.
|
Sommige mensen dragen geen bril, maar heel kleine glaasjes in hun ogen. Dat zijn contactlenzen.
Daar zie je net zo goed door als door een bril. Alleen voor een ander zijn ze onzichtbaar.
|
Voor mensen, die helemaal niets zien, helpt een bril niet. Zij kunnen alleen maar voelen en horen. Lezen kunnen ze niet. Of ... toch wel. Weet je, hoe? En weet je ook, hoe iemand die blind is, soms toch alleen kan gaan winkelen of naar kantoor gaat? Je oor lijkt wel een schelp. In het midden zit een gaatje. Dat gaatje wordt aan het eind een gangetje. Het geluid gaat door dat gangetje verder je hoofd in. Je hoort alles om je heen. Je hoeft je oor niet naar het geluid te draaien. Een hond doet dat wel. Die spitst z'n oren als hij zijn baasje hoort. Sommige mensen zijn doof. Met een gehoorapparaatje achter hun oor, kunnen ze toch nog wat horen. | ||