|
Les 17 Met handen en voeten Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
|
Je hebt vast wel eens met een trekpop gespeeld. Als je aan het touwtje trekt, bewegen de
armen en benen op en neer. Jouw armen en benen kunnen veel meer. Vooral je handen en voeten.
Je gebruikt ze de hele dag. Dat gaat vanzelf. Niemand hoeft bij jou aan een touwtje te
trekken. Wat kun je veel doen met je handen! Schrijven, eten, aankleden, duwen en nog veel meer. Je kunt er ook mee voelen. Dat doe je vooral met je vingertoppen. Iemand die blind is kan met zijn handen lezen. Hij voelt de letters op het papier. Dat zijn geen gewone letters, maar allemaal kleine puntjes.
|
|
Je voeten dragen je de hele dag. Overal naartoe. Ze hebben heel wat te dragen! Aan je voeten zitten tenen. Die kun je bewegen, net als je vingers. Toch kun je met je voet niet iets oppakken. Apen kunnen dat wel. Aan de achterkant zit je hiel. Je moet je voeten goed beschermen. Je kunt niet zomaar op blote voeten lopen. Buiten op straat is dat veel te gevaarlijk. Dat kan wel op het strand of in het zwembad. | ||