|
Les 19 Lucht is overal Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
|
Lucht is overal om ons heen. In alle hoeken en gaten, buiten en binnen en over de hele wereld.
Als iets leeg is, zit het toch vol lucht. Lucht kun je niet zien. Alleen als je ademt of als
het waait, kun je lucht voelen.
Zonder lucht kunnen wij niet leven. Ons lichaam heeft de lucht nodig. Alle planten en dieren moeten ademhalen om te blijven leven. Zonder lucht zou je stikken. Wist je dat je lucht kunt vangen? Als je op de fiets zit en het waait heel hard, gaat je jas bol staan van de lucht. En wat dacht je van een zeilboot? Je kunt lucht ook ergens in doen: in je fietsband, in je strandbal of in een ballon. het lijkt dan net of je de lucht kan zien. Hoe meer lucht je erin blaast, hoe dikker die ballon wordt. Maar prik er geen gaatje in, want dan loopt de lucht er weer uit.
|
Als het waait, kun je de lucht voelen. De lucht beweegt dan. We noemen dat wind. Buiten waait het vaak.
Soms héél hard. Dan stormt het. De takken van de bomen zwiepen heen en weer.
|
Door de wind kunnen veel dingen bewegen. Denk maar eens aan de wieken van een molen. Een vlieger vindt de wind fijn. Hij dartelt vrolijk in de lucht. Je kunt ook zelf wind maken, als je blaast of wappert met je handen. Wind is dus lucht die beweegt. En die kan heel strek zijn. Zelfs grote bomen kunnen omwaaien. Lucht kan ook iets tegenhouden. Als je hard fietst of holt, voel je de lucht. Die probeert je dan tegen te houden. Daarom maken wielrenners zich ook zo klein mogelijk. Dan kan de wind ze minder goed tegenhouden. Hoe minder de wind ze tegenhoudt, hoe sneller ze gaan. Lucht kan heel veel tegenhouden. Alles wat door de lucht gaat wordt door de lucht tegengewerkt. Vliegtuigen en auto's zijn daarom ook zo gemaakt, dat de lucht er makkelijk langs kan. Ze zijn gestroomlijnd. een prachtig voorbeeld hiervan is de vogel. | ||