Les 20 Water uit de kraan

Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Je gebruikt het iedere dag. Je drinkt het. Je wast je ermee. Je hebt het elke dag nodig. water is er altijd. Je hoeft de kraan maar open te draaien. Zo'n kraan is toch maar handig. Stel je voor dat we die niet hadden. Waar moest je dan het water vandaan halen?

Overal gebruiken we water. Op school en thuis, maar ook in fabrieken en in het ziekenhuis. Er zijn ook apparaten die water gebruiken. Denk maar eens aan een wasmachine en aan een koffiezetapparaat. Ons drinkwater komt uit een rivier, uit een meer of uit de grond. Dat water is heel vies. Als je ervan drinkt, kun je ziek worden. Door grote buizen onder de grond wordt dat water naar een fabriek gepompt. Daar maken ze het schoon.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat heet zuiveren. Het schone water gaat weer door een buis naar je huis. In de waterfabriek staat een grote pomp. Die pompt het water door de buis. Aan het eind van de buis zit een kraan. Als je die open draait, spuit het water eruit en kun je het drinken! Water uit de kraan kun je drinken. Het is helder, koel en schoon. En lekker als je dorst hebt. Je kunt water ook een andere smaak en kleur geven. Bijvoorbeeld met limonadesiroop. Als je daarvan een scheut in een glas doet, wordt het ranja. Het water heeft nu een andere kleur en het smaakt zoet. De limonade is opgelost in het water. Je kunt nog veel meer dingen in water oplossen.