|
Les 24 Een nestje bouwen Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
|
Het is nu echt lente. Bomen en struiken hebben weer een groen jasje. Dat is fijn voor de vogels.
Merels vliegen met takjes in hun snavels. Ergens tussen die groene blaadjes wachten de vrouwtjes.
Ze zijn opgewonden.
De merel zoekt een veilig plekje voor zijn nest. Want stel je voor dat er een kat bij zou kunnen komen. Dat mag natuurlijk niet. In een dichte doornstruik vindt hij een plekje waar niemand hem kan vinden. Dan gaat hij zijn nest bouwen. Dat is een hele kunst. De merel vliegt af en aan om bouwmaterialen te verzamelen: takjes, papiertjes, strootjes, pluisjes en allerlei ander afval. Daarvan weeft en vlecht hij zijn nest tot een stevig huisje. Binnenin is het zacht en donzig. Zo heeft hij een heerlijk warm bedje. Hè, hè, eindelijk is het karwei af. Het nest is klaar. En er zijn geen gereedschappen of handen aan te pas gekomen. Alles heeft de merel met zijn snavel gedaan. Doe hem dat maar eens na...
|
Merels bouwen hun nestje in struiken. Andere vogels maken een nestje op de grond. De kievit
maakt een kuiltje in het gras. Hij maakt zich niet druk. Zijn nestje is zo klaar. De zwaluw
maakt er wel veel werk van. Het is de metselaar onder de vogels. Hij metselt met modder een
stevig kommetje tegen de muur. Je ziet hun nestjes vaak bij elkaar onder de dakgoot zitten.
De kraai heeft geen hoogtevrees. Die bouwt zijn takkennest hoog in een boom. En zo heeft
elke vogel zijn eigen plekje voor zijn nest.
|
Als het nestje klaar is, worden er eitjes in gelegd. Dat doet het merelvrouwtje. Ze legt vier groene eitjes met bruine vlekjes erop. Als ze de eitjes gelegd heeft, gaat ze er bovenop zitten. Dat noemen we broeden. De eitjes liggen nu lekker warm onder haar lijfje. Vader merel sleept intussen allerlei hapjes aan. Maar af en toe wil moeder merel ook wel eens de benen strekken. Vader merel neemt dan haar plaats in. Na een paar weken komen de eitjes uit. Nu hebben de ouders het heel druk. Ze vliegen af en aan met vliegjes, rupsen en wormpjes. Het lijkt wel of de jonge vogeltjes altijd honger hebben. Ze groeien snel. Het nestje wordt bijna te klein voor al die jonge merels. Het wordt tijd om uit te vliegen. Daarom krijgen ze vliegles van pa en moe. | ||