|
Les 27: Met hun voeten in de grond Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra Laatste wijziging 9 juni 2007. Toevoeging: Links |
||||
|
Planten kunnen niet lopen. Wij wel en dieren ook. Planten staan met hun voeten in de grond. Hun voeten? Nou ja, hun wortels dus. Zonder wortels zouden ze kunnen omvallen. Planten hebben de grond hard nodig. Wortels groeien in de grond. Daarom zie je ze niet vaak. Maar ze zijn er wel. En heel veel ook. Onder de grond is de plant net zo groot als boven de grond. Maar de wortels zien er wel heel anders uit dan de rest van de plant. Als je wilt groeien, moet je eten. Planten eten ook om te groeien. Met hun wortels halen ze voedsel uit de grond. Dat voedsel zit opgelost in water. Net als suiker in een kopje thee. Aan het einde van ieder worteltje zitten piepkleine worteltjes. Het lijken wel haartjes.
|
Daarom noemen wij ze wortelhaartjes. Deze wortelhaartjes kunnen water uit de grond opzuigen. Zo komt het voedsel in de plant. Door de stengel gaat het zelfs omhoog naar de bladeren.
|
Soms zit er voedsel in de wortels. Die zijn dan heel dik. In die dikke wortels wordt het voedsel bewaard. Een hele winter lang. En in het voorjaar wordt het gebruikt voor een nieuwe plant. Veel van die wortels kunnen we eten. Want voor ons zit er ook veel voedsel in. Bij iedere plant zien de wortels er weer anders uit. Bomen hebben grote dikke wortels, gras heeft allemaal korte worteltjes. En kijk een naar de wortel van een paardebloem. Die noemen we penwortel. De boterbloem heeft dunne lange wortels. Sommige planten hebben wortels die op een stok lijken. Die wortelstok ligt plat in de grond. Uit de wortelstok groeien de stengels van de plant uit de grond omhoog. | ||