Les 28 Leven in de grond

Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

op en in de grond leven vreemde beestjes. Kleine en piepkleine kriebelbeestjes. Soms lijken ze wel op korrels zand of takjes. Ze houden niet van daglicht. Ze verstoppen zich liever onder takjes en blaadjes. Of helemaal in de grond. Daar is het lekker donker.

Alle kleine beestjes op en in de grond houden samen de grond gezond. Ze eten van de dode blaadjes en takjes. En hun poep is weer voedsel voor de planten. Net als koeiepoep. Dat is ook mest of voedsel voor de planten. Regenwormen zijn zulke kleine beestjes. Zij doen heel goed werk. Met hun lange, kronkelende lijfjes graven ze gangetjes. Als het dan regent, zakt het water gemakkelijker in de grond weg. Dat is goed voor de planten. De wortels onder de grond kunnen weer flink drinken. Er kan nu ook lucht bij de wortels komen. Dat hebben plantenwortels ook nodig. Als het regent, komt de regenworm boven de grond. Daarom heet hij ook zo.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander kriebelbeestje is een pissebed. Hij woont het liefst met een paar andere pissebedden op een donker plekje. Onder stenen, stukken hout of tussen spleetjes in de boom. Pissebedden zoeken altijd vochtige plekjes op. Anders drogen ze uit. Het velletje van de pissebed heeft allemaal kleine ringen. Het is een stijf jasje. Als de pissebed groeit, trekt hij af en toe zijn oude jasje uit. Dat is hem te klein geworden. Zijn nieuwe jasje zit er alweer onder. Pissebedden zijn dol op dode blaadjes. Maar soms eten ze ook wel levende blaadjes. Een duizendpoot kan zich snel bewegen. Dat zou jij ook kunnen als je duizend voetjes had. Maar heeft hij wel duizend poten? Zijn velletje is glanzend bruin. Hij woont ook op vochtige plekjes, net als de pissebed. Een duizendpoot is een echt rovertje. 's Nachts zoekt hij slakjes en wormpjes om te eten. Met zijn voorste pootjes prikt hij de diertjes, zodat hij ze rustig kan oppeuzelen. Mensen doet hij niets. Wees dus maar niet bang voor hem.