Les 29 Reuzeplanten

Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Soms blijft een plant maar groeien. De stengels worden dik en stevig. Je kunt ze niet zomaar ombuigen. In het midden is de stengel het dikst. Soms zo dik, dat je hem niet omarmen kunt. De plant wordt ook steeds hoger. Er komen veel blaadjes aan. Vogels spelen er verstoppertje tussen. Of ze bouwen er hun nestje. Ra, ra, ra, wat zijn dat voor planten?

Bomen zijn planten van hout. Nou ja, niet helemaal. De stam en de takken zijn van hout. En ook de wortels die onder de grond zitten. Dat hout kan groeien. Elk jaar worden de takken en de wortels langer. En de stam wordt dikker. Dat kun je van buiten zien, maar ook van binnen. Elk jaar groeit er een ring van hout bij. Zo'n ring heet een jaarring. Bij een omgezaagde boom kun je de jaarringen goed zien. Als je de ringen telt, weet je hoe oud de boom is. Bomen kunnen heel oud worden. Veel ouder dan je opa of oma. Ze kunnen ook heel groot worden. Toch is iedere boom als een klein plantje uit een zaadje gegroeid. Uit een eikel is een eikeboom gegroeid. En uit een kastanje een kastanjeboom. Dat gebeurt soms vanzelf, in het bos. Maar op een boomkwekerij worden de bomen door mensen gezaaid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bomen bij jou in de straat komen van zo'n boomkwekerij. Veel mensen hebben eraan gewerkt. Ze hebben ze bemest, water gegeven en gesnoeid. Dat heeft wel tien jaar geduurd. Pas dan worden ze in de straat geplant. En dan duurt het nog heel lang voor ze groot zijn. Bomen groeien langzaam. Ze zeggen wel eens:"Boompje groot, plantertje dood." Weet jij wat dat betekent? Bomen lijken veel op elkaar. Toch zijn ze vaak heel verschillend. Een eikeboom ziet er heel anders uit dan een kastanjeboom. Zijn takken zitten ook anders aan de stam. En... aan een eikeboom groeien geen kastanjes. Ook de stam is anders. Vooral de schors. Dat is het beschermende jasje om de stam. Bij het dikker worden van de stam scheurt dat jasje. En dat gebeurt bij iedere boomsoort weer anders. Dus ook aan de schors kun je de boom herkennen. De schors zorgt ervoor dat de boom niet uitdroogt.