Les 4 : Feest in het bos

Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Als het herfst is, is er in het bos veel te zien. Afgevallen blaadjes, eikels, denneappels, beukenootjes... Maar het mooist zijn toch wel de paddestoelen . Die zie je overal. Op de grond tussen de blaadjes, op de boomstammen en tussen het gras. Je zou ze wel willen plukken, zo mooi zijn ze. Maar dat moet je niet doen. Want er zijn maar heel weinig paddestoelen. Laat ze dus staan! Dan blijft het feest in het bos.

Onder de hoed van een paddestoel zie je allemaal gleufjes. Het zijn eigenlijk plaatjes. Paddestoelen met zulke gleufjes heten plaatjeszwammen. Een bekende plaatjeszwam is de vliegenzwam . Die is giftig. Vroeger legden de mensen stukjes van de hoed op een schoteltje met water en suiker. Als de vliegen van de suiker snoepten, kregen ze ook stukjes van de hoed binnen. Daar gingen ze dood aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms zitten er aan de onderkant van de hoed gaatjes. Dat zijn buisjes. Zulke paddestoelen heten buisjeszwammen. Een bekende buisjeszwam is het eekhoorntjesbrood . Sommige paddestoelen zien eruit als een bal. Ze hebben geen steel, geen hoed en ook geen plaatjes of buisjes. Ze heten buikzwammen. De aardappelbovist is een bekende buikzwam.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een paddestoel is eigenlijk een vrucht. In een vrucht zitten zaadjes. De zaadjes in een paddestoel noemen we sporen. Ze zijn heel klein. Uit de sporen groeien dunne witte draden. Aan het eind van die draden groeien bolletjes. Uit zo'n bolletje groeit een paddestoel. Die paddestoel steekt dan zijn kopje boven de grond. De rest van de paddestoel blijft onder de grond. De sporen zitten tussen de plaatjes of in de buisjes onder hoed. Bij een buikzwam zitten de sporen in de buik. Als een buikzwam rijp is, stuiven de sporen eruit. Daarom heet een buikzwam ook wel een stuifzwam.