Les 7 Herfstbladeren

Bron: Leefwereld groep 4 Uitgeverij Jacob Dijkstra

22 november 2006 Links toegevoegd


-------------

Alle blaadjes klein en groot
worden geel en worden rood;
dansen rond wel duizend keer,
dwarr'len op de aarde neer.
Op de aarde neergevleid
vormen zij zo'n mooi tapijt;
lopen wij nu stil en zacht
op die mooie vacht.

Je merkt nu echt dat het herfst wordt. Buiten zie je allemaal gekleurde bomen. Dat is een prachtig gezicht. Maar dat blijft niet zo. Straks blaast de wind alle gekleurde blaadjes van de takken. Tot de bomen helemaal kaal zijn. In de herfst verandert er iets in de bladeren. De groene kleur verdwijnt. Ze worden nu geel, rood of bruin. Daarna vallen ze af. In de winter groeit de boom niet. Het is te koud. De boom heeft dan geen blaadjes nodig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voordat het blad van de tak valt, groeit er een kurklaagje tussen de tak en het bladsteeltje. Anders zou er een wondje komen. Aan de kale tak kun je zien waar het blad gezeten heeft. Het plekje waar het blad eerst zat, heeft een litteken.














 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Planten hebben water en voedsel nodig om te groeien. Bomen zijn eigenlijk grote planten. Ze halen het voedsel met hun wortels uit de grond. Door kleine buisjes gaat het voedsel naar de bladeren. In de bladeren zitten ook buisjes. Die buisjes heten nerven. Je kunt de nerven goed zien en voelen. De duizenden afgevallen blaadjes liggen nu op de grond. Maar dat blijft niet zo. Langzaam gaan ze verrotten. Slakken en wormen eten ervan. Hun poep is gezond voor de grond . In het voorjaar zijn de meeste afgevallen blaadjes verdwenen. Aan de kale takken van de bomen zitten alweer knoppen. Daar komen in de lente nieuwe blaadjes uit.