Les 10: Suikerzoet
-------------

Zoet is lekker. Ben jij ook zo dol op snoep? Lekker smullen van een taartje? Met een glaasje prik erbij? In al die dingen zit suiker. Je doet ook suiker in je thee of yoghurt. Suiker is lekker, maar niet zo goed. Van te veel suiker word je dik. En je gebit krijgt gaatjes. Vooral als je niet goed poetst. Je hebt helemaal geen suiker nodig. Je lichaam kan zelf suiker maken. Het is eigenlijk een suikerfabriek. Stop er maar aardappelen in of brood. Of rijst en macaroni. Je lichaam maakt er suiker van. Elke dag en na elke maaltijd. Het lijkt niet suiker uit de suikerpot. Het is een ander soort suiker. Je lichaam heeft het nodig. Door suiker kan je lopen en springen. Het is net als benzine voor een auto. Zonder benzine kan een auto niet rijden. Zonder suiker kun je niet bewegen. De extra suiker uit zoete dingen heb je niet nodig. Maar ja, die zoetigheid is zo lekker. Vroeger gebruikten de mensen honing. Suiker werd pas later ontdekt. Sommige planten hadden zoet sap. Dat noemden ze suiker. Die plant groeit in warme landen.

 

 

 

 

 

 

 

In Nederland groeit ook een zoete plant: de suikerbiet . Er zijn verschillende soorten suiker. Van gewone witte suiker worden suikerklontjes geperst. Je kunt zo geen suiker morsen. Basterdsuiker heeft heel kleine korreltjes. Het is er in een paar kleuren: wit, geel en bruin. Bruine suiker heeft meer smaak. Het klontert ook snel. Poedersuiker is gemalen witte suiker. Heerlijk om over de pannenkoeken te doen. Net als stroop , dat is ook gemaakt van suiker. In gebak en pudding zit vaak vanille-suiker. Dat is heel fijn poeder met een smaakje. De lichtbruine rietsuiker wordt gemaakt van suikerriet. Het mooist zijn de suikerklonten. Het zijn eigenlijk heel grote suikerkorrels. Ze heten kristallen. Er zijn witte en bruine klonten. Ze worden ook wel kandijklonten genoemd. Heel veel suiker gaat naar de snoepfabriek. Ook de jamfabriek gebruikt suiker. Die fabrieken krijgen vloeibare suiker. Het is opgelost in water. Het wordt erheen gebracht in tankwagens.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige mensen hebben suikerziekte. Niet alleen grote mensen, maar ook kinderen. Er is wat mis met de suikerfabriek in hun lichaam. Er wordt wel suiker gemaakt. Maar de suiker kan niet goed worden opgeborgen. De suiker blijft in het bloed. Het komt niet in de spieren. En daar heb je het juist nodig. Mensen met suikerziekte mogen geen zoete dingen eten. In de winkel zijn produkten zonder suiker te koop. Ze moeten vaak elke dag een spuitje. Gelukkig zijn ze snel gewend aan die spuitjes. Ze doen het bij zichzelf, dapper hè? Suikerziekte kan niet overgaan.

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen via de leestekst

1. Waar heb je suiker voor nodig?

2. Wat gebruikten de mensen vroeger?

3. Noem de verschillende soorten suiker.

4. Wat is het voordeel van suikerklontjes?

5. Wat is suikerziekte?

Opdracht: Volg de links via de handjes en bezoek de sites.