Les 11: Bij de tandarts

Bron: Methode Leefwereld van Jacob Dijkstra
-------------

De tandarts L.J. Langejaap houdt in de winter een winterslaap. De mensen met een zere kies ( er zijn er negenentachtig precies) staan op de deur te bonken. Ze gooien met kiezeltjes tegen de ruit en roepen: Zeg, komt hij er nog niet uit? Maar de tandarts blijft maar ronken. En wat men ook zegt en wat men wil de wekker staat op zeven april. (Het is een winterslaapwekker) Maar één is er blij en tevreden:ja, de kleine Jacobus, hij denkt: Aha, ik hoef dus nog niet. Lekker. Al heel jong kreeg jij je eerste melktandje. Na en jaar had je al een mond vol tanden. Ze stonden keurig op een rij. Je had boven vier tanden, twee hoektanden en vier kiezen. Dat aantal had je ook in je onderkaak. Je bent er al weer een paar van kwijtgeraakt. Daar komen nieuwe voor in de plaats. Dat het wisselen. Die nieuwe tanden en kiezen en kiezen blijven. Dus moet je er erg zuinig op zijn. Want je wisselt maar één keer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oudere mensen hebben soms een kunstgebit. Ze zijn hun echte tanden en kiezen kwijt. De tandarts heeft voor hen nieuwe laten maken. Zo'n gebit kun je uit je mond nemen. Dan krijg je een mummelmondje. Sommige mensen hebben een of twee kunsttanden. Men is tegenwoordig heel knap in het namaken. Maar er gaat niets boven je eigen gebit. Je tanden en kiezen kunnen slijten. Er kunnen gaatjes in komen. Gelukkig zit er glazuur omheen. Dat is een keihard laagje. Het beschermt je gebit. Maar ook glazuur kan stuk gaan. De boosdoener heet tandplak . Als je snoept komt er tandplak op je gebit. Je kunt het met je tong voelen.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je tanden en kiezen voelen niet meer glad. Tandplak verandert suiker in zuur. Dat zuur bijt gaatjes in je tanden. Eerst merk je daar niets van, later wel. In de gaatjes blijven restjes eten zitten. De gaatjes worden steeds groter. En dan krijg je kiespijn. De tandarts kan die gaatjes wel dicht maken. Toch kun je ze beter niet krijgen. Zoet is wel lekker, maar ook slecht. Eet daarom weinig zoete dingen. Je moet ook regelmatig en goed poetsen. Minstens twee keer op een dag, telkens na het eten. Dan krijgt het tandplak bij jou geen kans. Ook je tandvlees moet je goed poetsen. Dan blijft het gezond. Je kunt het glazuur op je tanden sterker maken. Dat doe je met fluor. Het zit bijvoorbeeld in tabletjes. Je kunt er elke dag een paar van eten. Soms zit het in de tandpasta. De tandarts kan je gebit ook met fluor behandelen. Dan krijg je iets glibberigs in je mond. Na een poos spoel je dat weer uit.

 

 

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen over de leestekst

1. Hoe heet het kwijtraken van tanden en er nieuwe voor in de plaats krijgen?

2. Wat is een kunstgebit?

3. Waardoor kan het glazuur op onze tanden kapot gaan?

4. Waar verandert tandplak suiker in?

5. Waarmee maak je het glazuur op je tanden sterker?
-------------




Volg de links in de leestekst