Les 14: Aantrekken en afstoten

Bron: Methode Leefwereld van Jacob Dijkstra
-------------

Mustafa kan "toveren". Hij beweegt langzaam een spijker naar een stuk ijzer. En... floep, daar zit de spijker vast! Weet jij hoe dat ijzeren ding heet? Juist, het is een magneet. Een magneet is een wonderlijk ding. Alles wat ijzer is, trekt hij aan. Paperclips en spijkers zijn van ijzer. Het lijkt wel of ze vastgeplakt zitten aan een magneet. Met een klein rukje trek je ze weer los. Een stukje hout of plastic blijft niet plakken. Een magneet trekt ook staal en nikkel aan. Er zijn veel soorten magneten. Er zijn staafmagneten en hoefijzermagneten. Je hebt ook vierkante en ronde magneten. Magneten zitten in allerlei dingen. In de telefoon zit er een en in je lego-trein. Zelfs in de dynamo van je fiets zit een magneet. Die magneet draait rond als je fietst. Dan ontstaat er stroom voor je fietslamp. Bij jullie in huis is vast ook wel een magneet te vinden. Kijk maar eens in een kastje. Sommige deurtjes klikken vast met een magneetje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet alle magneten zijn even sterk. Er zijn sterke en zwakke magneten. In huis vind je vaak kleine magneten. Denk maar aan de sluitingen van kastdeurtjes. Hele sterke magneten zijn vaak heel groot. Je kunt er zware dingen mee optillen. Zware magneten worden gebruikt bij scheiden van afval. IJzeren voorwerpen worden zo uit het afval getrokken. De magneet geeft zijn kracht ook door. Je kunt meer paperclips aan een magneet hangen. Magneten werken zelfs door papier of plastic heen. Een staafmagneet heeft twee uiteinden. Die noemen we de polen. Elke magneet heeft een noordpool en een zuidpool. Een magneet is niet overal even sterk. Bij de polen is de magneet sterker. In het midden is bijna geen aantrekkingskracht. Magneten trekken ijzer aan. Ze zijn zelf ook van ijzer. Ze kunnen elkaar dus ook aantrekken. Maar ...magneten kunnen elkaar ook weg duwen! Afstoten heet dat! Een magneet kan aantrekken en afstoten. Gelijke polen stoten elkaar af. Ongelijke polen trekken elkaar juist aan.




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met een magneet kun je nog meer. Je kunt magnetische kracht weggeven! Dat kan alleen aan iets van ijzer. Je kunt een ijzeren voorwerp magnetisch maken. Eigenlijk maak je dan een nieuwe magneet. Je moet een magneet over dat ijzeren voorwerp wrijven. Telkens in dezelfde richting. Gewoon ijzer wordt snel magnetisch. Maar dat blijft het niet lang! Staal wordt moeilijk magnetisch. Maar het blijft het ook veel langer. Een kompas heeft ook een magneet. In het kompas zit een stalen staafje.Dat is de kompasnaald. Deze kompasnaald is magnetisch. Vaak is de ene punt blauw. En de andere grijs. De blauwe punt wijst altijd naar het noorden. Want onze aarde is een grote magneet. De aarde heeft ook een noordpool en een zuidpool. Een kompas wijst daarom altijd naar het noorden. Met een kompas weet je dus waar het noorden is. En ook waar het zuiden of oosten is. Met een kompas hoef je nooit te verdwalen. Je kunt de richting ermee bepalen. Dat is handig. Mensen op zee gebruiken een kompas. De Chinezen hebben het kompas uit gevonden. Dat is al heel lang geleden. Begrijp je waarom de kompasnaald van staal is, en niet van ijzer?

 

 

 

 

 

 

 

Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:

1. Noem enkele soorten magneten.

2. Hoe werkt je fietsdynamo?

3. Hoe heten de uiteinden van een staafmagneet?

4. Hoe maak je een nieuwe magneet?

5. Wie hebben het kompas uitgevonden?

Opdracht: Volg de links (handjes) in de leestekst en bezoek de sites.
-------------