Les 16: Drijven of zinken

Bron: Methode Leefwereld van Jacob Dijkstra
-------------

Boten zijn er in soorten en maten. Er zijn roeiboten en grote zeeschepen. Een heel eenvoudige boot is de boomstamkano. Hij wordt gemaakt van een uitgeholde boomstam. Op veel plaatsen in de wereld worden ze gebruikt. Er zijn motorboten en zeilboten. Grote schepen zijn meestal van ijzer. Zeiljachten worden vaak van kunststof gemaakt. Boten drijven op het water. Spijkers en knikkers zinken. Een boot is van ijzer. Een spijker ook. Een boot is zwaar en een spijker is licht. Toch drijft de boot wel en de spijker niet. Ra, ra, hoe kan dat? Je weet natuurlijk dat hout kan drijven. Boten werden daarom van hout gemaakt. Op een dag werd er een schip van ijzer gemaakt. Dat vonden de schippers raar. IJzer kon toch niet drijven? Ze wilden het eerst zelf zien. Anders geloofden ze het niet. Als ergens lucht in zit, kan het drijven. Een lege pot met en deksel blijft drijven. Duw hem maar onder water. Hij komt meteen weer omhoog! Eigenlijk is de pot niet leeg. Er zit lucht in. Lucht is licht. De lucht laat de pot drijven. Doe het deksel er maar af. En leg de pot opnieuw in het water. De pot zal kantelen, Er stroomt water in de pot en de lucht gaat eruit. De pot zinkt nu.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo kan een grote stalen boot ook drijven. De boot zit vol met lucht. Je kunt de boot helemaal vol stoppen met lading. Er zit dan haast geen lucht meer in de boot. De boot is samen met de lading heel zwaar. Hij is zwaarder dan water. De boot zal gan zinken. Een rubberboot of een zwemband zitten ook vol lucht. Met een zwemband om blijf je drijven. Samen ben je lichter dan water. Je vader gaat aan jouw band hangen. Jullie zijn samen met de band zwaarder dan water. Jullie zullen zinken. Niet alleen boten en zwembanden drijven. Sommige zaadjes van planten drijven ook. Net als een kurk. In een kurk zitten heel veel gaatjes. In die gaatjes zit .... lucht! Daarom drijft kurk. Zo is het met die zaadjes ook. De zaadjes van de gele lis bijvoorbeeld.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om het zaadje zit een lagje kurk. Zonder dat laagje zou het zaadje zinken. Drijvend gaat het zaadje op reis. Totdat zijn kurklaagje losraakt. Dan zinkt het zaadje. Volgend jaar groeit daar een nieuwe lis. Sommige dingen drijven niet, maar zinken ook niet. Ze zweven. Vissen zweven in het water. Vissen hebben een zwemblaas. En in die zwemblas zit lucht! Net iets te weinig lucht om te drijven. Net iets te veel lucht om te zinken. Daarom zweeft de vis. Een duikboot kan drijven en zweven. Als de duikboot drijft, zit er veel lucht in. De duikboot heeft kleppen die open gaan. Als ze opengaan, loopt er water in de boot. Het water duwt de lucht weg. De boot wordt zwaarder en hij zakt naar beneden. Dan gaan de kleppen weer dicht. Er zit nog genoeg lucht in. De boot blijft zweven. Dat water kan er natuurlijk ook weer uit. Dan wordt de duikboot weer lichter. Wat gebeurt er dan? De duikboot gaat weer drijven. Eigenlijk is een duikboot een namaakvis.

 

 

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:

1. Waar zijn grote schepen meestal van gemaakt?

2. Waarom werden boten eerst van hout gemaakt?

3. Waarom blijft een lege pot met een deksel drijven?

4. Wanneer zinkt het zaadje van de gele lis?

5. Waardoor zweven vissen in het water?


Opdracht: Volg de links (handjes) in de leestekst en bezoek de sites.
-------------