|
Les 18: Toveren met kleur Bron: Methode Leefwereld van Jacob Dijkstra |
||||
|
Bart kijkt zijn ogen uit.
Wat een kleuren!
Het hele school plein is versierd.
Overal hangen vlaggetjes in fellen kleuren.
En rode en gele ballonnen.
Langs het hek ziet hij kleurige vaantjes.
Ook de kraampjes zien er vrolijk uit.
De afdakjes zijn rood-wit gestreept.
Er hangen kleurige slingers aan.
De school viert feest vandaag.
Hij bestaat 25 jaar.
Een stralende zon maakt alles extra vrolijk.
Overal waar je kijkt zie je kleuren.
Er zijn saaie en felle kleuren.
Sommige kleuren vinden we vrolijk.
Andere kleuren maken ons bang.
De zon maakt alles kleuriger.
In de regen heeft alles veel minder kleur.
's Nachts zie je bijna geen kleuren.
We zien alleen kleur als er licht is.
Kleur is licht.
Zonlicht lijkt wit.
Toch zitten alle kleuren erin opgesloten.
Zonlicht is dus een mengsel van kleuren.
Het zijn de zeven kleuren van de regenboog:
rood, oranje, geel, groen, blauw, paars en violet.
Die kleuren kun je niet zien.
Je ziet ze soms in zeepbellen.
Je kunt de regenboogkleuren mengen.
Dan krijg je weer wit licht.
Probeer het maar met de kleurenschijf.
|
Hoe komt het dat wij kleuren zien?
Waarom is een boom blad groen en de hemel blauw? Schijn met een zaklantaarn op een rood boek. Houd er een wit papiertje naast. Het witte papier wordt ook een beetje rood. Het lijkt wel toveren. De rode kleur kaats terug.
Een zaklantaarn geeft wit licht, net als de zon. Dat witte licht heeft ook zeven kleuren. Daarvan kaatst alleen de rode kleur van terug. De andere kleuren kaatsen niet terug. Het lijkt wel of die worden 'opgezogen'. Ons oog ziet dus alleen maar rood.
Zo zien we alle gekleurde voorwerpen. Een gele bloem kaatst geel terug. De blauwe lucht kaatst blauw terug. De lucht is niet altijd blauw. Soms is de lucht roze of rood.
Op het toneel kunnen ze 'toveren' met kleuren. Grote lampen schijnen op het toneel. Er zitten kleurfilters voor. Daardoor worden de dingen op het toneel gekleurd. Je ziet telkens andere kleuren. De ene keer is de muur rood en dan weer groen. Dan hebben ze de kleurfilters voor de lampen verwisseld.
|
Er zijn heel veel kleuren.
Toch zijn er maar drie hoofdkleuren.
Dat zijn rood, geel en blauw. Daarmee kun je de andere kleuren maken. Dat noemen we mengen. Als je rood en geel mengt, krijg je oranje. Groen is een mengsel van blauw en geel. Bekijk de kleurenfoto's in je boek met een loep. Je ziet rode, gele en blauwe puntjes.
Op de televisie zie je ook alle kleuren. Toch gebruikt de televisie maar drie kleuren licht. Dat zijn rood, groen en blauw. Je kunt ze met een loep op het testbeeld zien. Met die kleuren worden alle andere kleuren gemaakt. Ook wit licht!
Sommige mensen zijn kleurenblind. Ze kunnen niet alle kleuren herkennen. Rood lijkt voor hen hetzelfde als groen. Er is iets mis in hun oog. Vooral in het verkeer is dat lastig. Toch kunnen ze het rode stoplicht goed zien. Dat is altijd het bovenste licht. En groen is altijd het onderste licht.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst
1. Wat zijn de kleuren van de regenboog?
2. Welke kleur krijg je als je de regenboogkleuren mengt?
3. Waar gebruiken ze kleurfilters?
4. Wat zijn de drie hoofdkleuren?
5. Wat is kleurenblindheid?
-------------
Volg de links via de handjes in de leestekst