|
Les 20: Hebben dieren ook een
jas? | ||||
| Sommige dieren hebben een warme
pels. Tussen die haren zit lucht. Lucht houdt de warmte vast.
Vogels hebben een dik verenpak. De donsveertjes houden de warme
lucht vast. Walvissen
hebben een dikke speklaag. Wij hebben geen dikke vacht en ook
geen speklaag. Alleen kleine, zachte haartjes. Daar kunnen we niet warm
mee blijven. Wij hebben een extra jas nodig. Vogels zetten hun veren op
als het koud is. Er kan dan meer lucht tussen komen. Zo blijven ze warm.
Dieren met haren doen precies hetzelfde. Met hun haren recht overeind zien
ze er dik uit. Als je het koud hebt krijg je soms kippevel. Er komen
bobbeltjes op je gladde huid. Een kip
uit de diepvries heeft ook zo'n vel. In elk bobbeltje zit een haartje.
Die haartjes gaan recht omhoog staan. Net zoals bij dieren die het koud
hebben. Maar bij ons helpt kippevel niet tegen de kou. Daarvoor hebben wij
te weinig haartjes. Met een wollen trui word je wel warm.
|
Leer wordt gemaakt van de huid van
dieren. Die huiden moeten eerst worden schoongemaakt. Het vlees en de
haren moeten eraf. Dat zou maar bederven. Daarna gaan ze in een ton met
water en looistof. Door de looistof veranderen de huiden in leer. Op de
bovenkant van het leer zie je de nerven. Daar hebben de haren van het dier
gezeten. Leer is
heel sterk. We kunnen ons er goed mee beschermen. Er zijn ook dieren
zonder haren of veren. Kikkers
en padden hebben een kale huid. Deze huid beschermt niet tegen
kou. Gelukkig hoeven kikkers niet warm te blijven, zoals wij. Als het
buiten koud wordt, worden zij ook koud. In de winter kruipen ze in de
modder. Daar wachten ze weer op het warme voorjaar.
|
Er zijn nog meer dieren met een kale
huid. De huid van een slang bestaat uit
schubben. Die liggen over elkaar heen als taaie dakpannen. Ze
beschermen tegen uitdroging, niet tegen kou. Dat 'schubbenjasje' kan niet
groeien, maar de slang wel. Daarom trekt de slang af en toe zijn jasje
uit. We noemen dit vervellen. Onder de oude huid zit al een nieuwe huid.
Alleen is die een maatje groter. Vissen hebben zachtere schubben. Die
groeien met de vis mee. Ze beschermen niet tegen uitdrogen. Dat hoeft ook
niet in het water. Om de schubben zit een laagje slijm. De schubben worden
daardoor minder snel beschadigd. Een schildpad heeft ook een soort
schubben. Zijn schild is heel hard en stevig. Bij gevaar kan hij er zich
goed in verschuilen. Een egel beschermt zich met stekels. Als deze
dieren gebruiken hun huid als bescherming. Niet tegen de kou, maar tegen
andere dingen.
| ||
Beantwoord de volgende 5 vragen via de
links
De walvis
1. Hoe lang
duurt de zwangerschap van een walvisvrouwtje?
De kip
2. Kunnen er
kippentweelingen geboren worden?
De kikker
3. Hoe lang
duurt het voordat de kikkereitjes uitkomen?
Leer
4. Waar staat het
Nederlands leder- en schoenenmuseum?
De slang
5. Hoe lang
wordt een koningspython en waar komt hij
vandaan?