Les 21: De bomen bloeien al!
-------------

Brrr.... wat is het koud buiten. Kwam de lente nu maar gauw! Imke trekt haar dikke jas aan. Ze gaat een frisse neus halen. Maar waar is iedereen? Zelfs de dieren komen nog niet te voorschijn. De bomen hebben kale takken. De knoppen zijn goed ingepakt, net als Imke. Maar wat ziet ze daar? Die takken staan in bloei! In de boom stroomt water naar de knoppen. Die worden dikker en dikker. Het zal niet lang meer duren of ze barsten open. Aan de takken zitten bladknoppen en bloemknoppen. Bij sommige bomen komen eerst de bloemknoppen uit. Aan de nog kale takken komen dan bloemen. Ze durven wel, die vroege bloeiers. Het is vaak nog erg koud als ze bloeien. De elzeboom bloeit met gele sliertjes. Die slingeren zachtjes in de wind. We noemen ze katjes. Ze lijken niet op katjes. Een paar weken geleden zaten ze nog stijf dicht. Elke dag werden ze een beetje langer. En nu is het zover: een prachtig gezicht. In elk katje zitten een heleboel bloempjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een elzeboom heeft twee soorten bloemen. Er hangen niet alleen gele katjes aan de takken. De els heeft ook paarse bloempjes. Ze staan rechtop aan het uiteinde van de takken. De gele elzebloempjes hebben alleen meeldraden. Dat zijn kleine poederbusjes op een steeltje.Het gele poeder heet stuifmeel . Het zijn kleine korreltjes. Elk korreltje is eigenlijk een halve elzeboom. De andere helft zit in die paarse bloempjes. Zo'n korreltje moet op een paars bloempje komen. Dan kunnen ze samen uitgroeien tot een zaadje. Daaruit kan weer een nieuwe plant groeien. De wind helpt een handje. Die blaast het stuifmeel in wolkjes door de boom. Zo komt er altijd wel iets op de bloempjes. Nu kunnen de zaadjes gaan groeien. Die zaadjes zitten in een vruchtje. Eerst zijn de vruchtjes nog groen. Na een jaar zijn ze bruin. Ze heten elzeproppen . Zij hangen dan nog aan de elzetakken. Maar de zaadjes zijn er uitgevallen.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De wilg heeft ook katjesbloemen. Ze bloeien nog niet. Je ziet alleen de grijze, zachte katjes. Ze zijn zo zacht als kleine poesjes. Daarom heten ze katjes. In de winter zag je ze niet. Ze zaten verstopt onder een bruin kapje. Het kapje is nu opengescheurd. Over een tijdje worden de grijze katjes geel. Dan begint het gouden feest van de wilgen . De katjes gaan bloeien met goudgeel stuifmeel. Niet alle wilgebomen krijgen gele katjes. Sommige wilgen krijgen groene katjes. De groene katjes worden vruchtjes met zaden. Een wilg heeft dus ook twee soorten bloemen. Alleen vind je ze niet op één boom. Er zijn wilgen met alleen gele katjes. En wilgen met alleen groene katjes. Er is nog een verschil met de elzeboom. Wilgekatjes hangen niet. Ze staan rechtop. Ook het stuifmeel is anders. Het is zwaarder en het kleeft. De wind kan het niet ver wegblazen. Gelukkig zijn er andere helpers. Hommels en bijen zijn dol op dit stuifmeel. Ze eten ervan en nemen het mee naar hun nest. Het blijft aan hun pootjes kleven. Onderweg komen ze ook op de groene katjes. Ze gaan op de zoete geur van de nectar af. Daar smullen ze van. Tijdens het snoepen verliezen ze vaak stuifmeel. De korrels vallen op de groene katjes. Zo kunnen die samen uitgroeien tot zaadjes. De natuur zit slim in elkaar!

 

 

 

 

 

 

 

Beantwoord de volgende vragen uit de leestekst

1. Wat voor soorten knoppen zitten er aan een tak?

2. Hoe heet het gele poeder bij de els?

3. Waar is stuifmeel voor?

4. Waarom is de wind hierbij nodig?

5. Wat is het verschil tussen elzekatjes en wilgekatjes?

Opdracht: Volg de links (handjes) in de leestekst en bezoek de sites.