|
Les 23: Padden op pad Bron: Methode Leefwereld van Jacob Dijkstra |
||||
| Het is nu volop lente. De winterrust en de kou zijn voorbij.
Heel wat dieren zijn druk in de weer. Merels vliegen af en aan met takjes. Lammetjes maken bokkesprongen in de wei. Er fladderen vlinders rond. Een pad klimt uit zijn holletje in de grond. Hij heeft honger. De winter was lang. Maar het is nu lekker warm.
Onder een hoopje bladeren wacht hij op de avond. En dan.... gaat hij op pad. Padden lijken wel wat op kikkers. Zij hebben geen gladde, maar een ruwe huid. Net of er wratten op zitten. Uit die wratten komt slijm. Dat smaakt heel vies. Andere dieren laten hen daarom met rust. Padden houden van vochtige plekjes.
Bijvoorbeeld in het bos of in de tuin. Soms zie je ze in een donkere kelder. Daar wonen ze jaar in jaar uit. 's Nachts gaan ze op jacht. Ze zijn dol op kevers,wormen en vooral slakken. Die pakken ze met hun kleverige tong.
Ze hebben geen tanden of kiezen. Ze slikken hun prooi in zijn geheel door.
|
Na de winter gaan de volwassen padden op reis. Ze trekken naar de sloot waar ze geboren zijn.
Daar gaan ze paren en eitjes leggen. De reis voert door tuinen, akkers en bossen. Onderweg moeten ze vaak grote wegen oversteken. En padden kruipen langzaam. Daarom worden er veel doodgereden.
Mensen helpen de overstekende padden. Soms wordt een weg 's nachts afgesloten. Dan kunnen de padden veilig oversteken. Maar dat kan niet bij een drukke verkeersweg. Dan wordt er een hek van fijn gaas langs de weg gemaakt.
Langs het gaas worden emmers in de grond gegraven. De padden lopen langs het gaas, tot ze in een emmer vallen. De mensen brengen de emmers met padden naar de overkant. Onderweg komen de padden elkaar tegen.
Elk mannetje klimt op de rug van een vrouwtje. Hij laat zich naar het water brengen. Ze zwemmen daar dagenlang op elkaar rond. Daarna legt het vrouwtje de eitjes. Ze liggen in lange snoeren van gelei.
Soms is zo'n snoer wel drie tot vier meter lang. Na afloop gaan de padden terug naar hun woonplek. Ze laten de warme zon de eitjes uitbroeden.
|
Na een poosje komen er kleine bullekopjes uit. Het lijken net zwarte visjes. Ze hebben kieuwen om onder water te kunnen ademen. Ze eten plantjes en groeien flink.
Na zes weken krijgen ze pootjes en dan raken ze ook hun staart kwijt. Zelfs hun kieuwen verdwijnen. Ze krijgen longen. Dan gaan ze het land op. Ze zijn nog wel erg klein. Toch gaan ze op reis. Op zoek naar een goede woonplek. Misschien wel bij jullie in de tuin.
Het duurt nog vier jaar voor ze volwassen zijn. Padden leven op het land. Ze brengen hun jeugd door in het water. Het zijn dus een soort 'water-landers'. Net als kikkers en salamanders. Die leggen hun eitjes ook in het water. De kikker legt duizenden eitjes. Ze drijven in een grote klont:
kikkerdril. De salamander kleeft zijn eitjes een voor een aan de waterplanten. Uit de eitjes kruipen larfjes met kieuwen. Na een tijdje krijgen ze pootjes en longen. Net als paddevisjes en kikkervisjes. Daarna kruipen ze ook het land op. Al deze dieren leven in de buurt van water.
Hun huid is zo dun dat ze makkelijk kunnen uitdrogen. We noemen deze dieren amfibieën.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst
1. Waar houden padden van?
2. Waar paren padden?
3. Wat komen er uit de eitjes die de padden leggen?
4. Hoe heten de eitjes van kikkers?
5. Hoe heten padden, kikkers en salamanders?
-------------
Volg de links via de handjes in de leestekst