|
Les 24: Papier maken |
||||
| Van papier heeft iedereen plezier!
Je kunt er alles mee doen. Je gebruikt het elke dag. Je schrijft en tekent erop. Je leest er van. Je snuit je neus ermee. Je veegt je bips ermee af.
Je betaalt ermee. Je pakt ermee in. De wereld kan niet zonder papier. Vroeger maakten de mensen papier met de hand. Dat gebeurde in een papiermolen.
In het openluchtmuseum in Arnhem staat er nog een. Daar maken ze nog steeds papier van oude lompen. Die worden stukgestampt in een bak met water.
Er wordt flink geroerd tot er een dikke brij ontstaat. Met een platte zeef wordt het papier 'geschept'. De zeef wordt voorzichtig in de bak gedompeld en daarna opgetild.
Het water zakt door de zeef. En er blijft een dun laagje op de zeef liggen. Dit laagje wordt tussen dikke viltlagen gelegd. Tussen twee houten platen wordt het water eruit geperst.
De natte vellen worden daarna opgehangen om te drogen. Zo werd vroeger papier gemaakt.
|
Papiermaken gebeurt nu in een fabriek. Er zijn heel veel bomen voor nodig.
De bomen worden in snippers gehakt.
Die snippers worden samen met stukjes lompen in water gedaan.
De papierbrij of pulp wordt gekookt.
Met een draaiende zeef wordt er papier van gemaakt.
Tussen zware rollen wordt het papier daarna nog gewalst.
Er worden grote rollen papier tegelijk gemaakt.
Het papier is dunner dan vroeger.
Er worden heel veel soorten papier gemaakt.
Er is drukpapier en schrijfpapier voor boeken en schriften.
Papiergeld hoort daar ook bij.
Dat is heel sterk papier.
Het mag niet snel slijten.
Je hebt ook nog pakpapier en karton.
Daar worden zakken en dozen van gemaakt.
Karton bestaat uit verschillende laagjes papier.
Die worden op elkaar gelijmd.
Soms wordt karton van stro gemaakt.
WC-papier en de keukenrol noemen we schoonmaakpapier.
Net als luiers, servetten en zakdoekjes.
In de verfmachine kan het papier gekleurd worden.
Papier maken kost heel veel bomen.
Daarom verdwijnen er steeds meer bossen.
Er worden wel nieuwe bomen gekweekt.
Maar bomen groeien niet zo snel.
Toen kreeg iemand en idee.
|
Oud papier kun je opnieuw gebruiken. Dat gebeurt nu heel vel.
Oud papier wordt ingezameld.
Jij gooit het toch ook niet weg?
In grote balen gaat het nar de fabriek.
Daar maken ze er weer nieuw papier van.
Dat papier heet kringlooppapier.
Er staat een mooi tekentje op.
Jij kunt ook kringlooppapier maken.
Kringlooppapier is een beetje grijs.
Maar je kunt er heel goed op schrijven.
Kringlooppapier kost geen bomen.
Het wordt immers gemaakt van oud papier.
Duizend kilo oud papier spaart acht bomen.
Snap je dat?
Niet alleen mensen kunnen papier maken.
Er zijn ook dieren die dat kunnen.
De mensen hebben het van de dieren afgekeken.
Wespen zijn de oudste papiermakers.
Ze hebben scherpe kaken.
Daarmee knagen ze kleine vezeltjes van hout en riet af.
Die vermengen ze met hun spuug tot een brij.
Hiervan maken ze hun nest.
Als die brij droogt, wordt het heel hard.
|
||
1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst
1. Waar maakten de mensen vroeger papier?
2. Wat gebruiken ze nu om papier te maken?
3. Wat voor verschillende soorten papier zijn er?
4. Hoe heet papier dat opnieuw gebruikt wordt?
5. Welk dier kan papier maken?
2. Volg de links via de handjes in de leestekst
-------------