|
Les 3: Wij eten gras | ||||
| Jij bent geen koe.Toch eet je elke
dag gras.Dat lijkt vreemd. Maar het is echt waar! Graan is een soort
gras. Het gaat bloeien en krijgt zaadjes. Die zaadjes zijn de
graankorrels. Van de korrels wordt meel gemalen. Van meel maakt de bakker
dus brood. Zo eet jij dus eigenlijk elke dag gras. In ons land groeien
verschillende soorten granen. De bekendste zijn
tarwe haver, gerst en rogge . Een graanplant heeft
lange, holle stengels. Deze halmen zijn heel sterk en taai. Ze buigen in de
wind en breken niet. Ze lijken wel van elastiek. Op sommige plaatsen zijn ze
dikker. Die dikkere plekken noemen we knopen. Hier is de stengel niet hol. De
lange smalle bladeren groeien vanuit die knopen. Bovenaan de halm groeit
een aar. Die aar bestaat uit kleine aartjes. Hierin zitten de
vruchtjes. Dat zijn de graankorrels. Iedere graankorrel is één
zaadje. In de korrel zit de kiem. Dat is al het nieuwe plantje. Er
zit ook wit meel in, het kiemwit. Dit is extra voedsel voor het
nieuwe plantje. Wij maken er meel van. Om de korrel heen zit een
velletje: het kafje. Sommige granen hebben kafnaalden. Er
zitten kleine haakjes aan.
|
Ze beschermen de plant tegen
planteneters. Gerst heeft lange kafnaalden. Bij rogge zijn ze wat
korter. Tarwe heeft helemaal geen kaf naalden. Haver ziet er heel anders
uit. Haver heeft geen aar maar een pluim. Heel lang geleden
verbouwden mensen al graan. Ze hadden ontdekt dat je graankorrels kon
eten. Je moet ze eerst tussen de stenen malen. Van het meel kon je brood en
koeken bakken. Het rijpe graan sneden ze af met een sikkelmes. Ze lieten de
granen in bosjes drogen op het land. Daarna werden de korrels eruit
gehaald. Dat noemen we dorsen. Het gebeurde in de schuur op een
dorsvloer. Met een dorsvlegel sloegen ze op granen. Een dorsvlegel is een
soort knuppel met een scharnier. Daarna werd het stro weggehaald. De graan
korrels bleven achter. Ze werden bijelkaar geveegd. Daarna werden de
strodeeltjes eruit gezeefd.
|
Tegenwoordig gaat het allemaal veel
sneller. Nu worden de granen geoogst met een combine. Dat is een
grote machine, die een aantal dingen achter elkaar kan doen. Hij maait de
stengels af. En haalt de korrels uit de aren. De korrels vallen in
zakken. Van het stro maakt hij mooie pakjes. Of het wordt in grote rollen
verzameld. De graankorrels gaan daarna naar een meelfabriek. Maïs, gierst en
rijst zijn ook granen. Die groeien meestal in warme landen.Rijst wordt
verbouwd in ondiep water. Heel veel mensen eten rijst. In Afrika maakt men
brood van gierst. Maïs is er in verschillende soorten. In ons
land wordt alleen snijmaïs verbouwd. Hier wordt de maïs niet
rijp. De zon schijnt niet genoeg. De onrijpe maïs wordt als veevoer
gebruikt. De hele plant wordt in stukjes gehakt. De stukjes worden op een
hoop geschoven. De boeren doen er vervolgens plastic overheen. Ze noemen
dat het inkuilen van de maïs. De maïs kan op die manier lang bewaard
worden.
| ||
Beantwoord de volgende vragen via de links in de
leestekst
1. Noem enkele soorten granen.
2. Hoe heet het velletje om de korrel?
3. Waarom zitten er haakjes aan de kafnaalden?
4. Wat is dorsen?
5. Wat is inkuilen?
Opdracht: Volg de links (handjes) in de leestekst en bezoek de sites.