Les 30: Kijk in je wijk
-------------

Veel mensen wonen graag bij elkaar. Ze wonen in een dorp of stad. De stad is verdeeld in wijken. Sommige wijken zijn oud en saai. Er zijn ook mooie en gezellige wijken. Woon jij in een leuke wijk? Bomen en bloemperkjes kunnen een wijk mooier maken. Er wonen ook dieren in de wijk. Onder de tegels en op de bomen leven kleine diertjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vogels komen op de bessen af in de struiken. Zie jij die dieren die als je naar school gaat? Alle huizen zijn niet hetzelfde. De mensen 'kleden' hun huis soms mooi aan, met een leuke voortuin of een aparte buitenlamp. In een stad is ook veel verkeer. Verkeersborden en stoplichten zijn hard nodig.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijna iedereen heeft een auto. Gelukkig zijn er ook trams en bussen. Voor de auto's zijn parkeerplaatsen gemaakt. Bij grote winkels zie je wel eens fietsenrekken. Soms staan er veel winkels bij elkaar in een winkelcentrum. Al deze winkels zorgen voor veel kleur! Ze maken met hun etalages en naamborden reclame. Er valt heel wat te ontdekken in zo'n gewone wijk.

 

 

 

 

 

 

 





1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst

1. Waar is een stad in verdeeld?

2. Hoe kunnen we een wijk mooier maken?

3. Waar kunnen auto's gezet worden?

4. Hoe heten veel winkels bij elkaar?

5. Hoe kleden mensen hun huis mooi aan?




2. Volg de links in de leesles door op het handje te klikken
-------------