|
Les 4: Bakken maar | ||||
| Mmmmmmm! Wat ruikt het hier
lekker! Jaco is op slag zijn slechte bui vergeten. Zijn zus vertikte het om
brood te kopen. Daarom moest hij naar de bakker. Hij kijkt zijn ogen uit in de
winkel. Wat een soorten brood liggen hier. "Ja Jaco," zegt de bakker, "alles
is vers gebakken." Het komt zo uit de warme oven. Tarwe en rogge noemen we
koren. Van het meel bakt de bakker brood. De tarwe voor ons brood komt
niet uit Nederland. Onze tarwe is niet geschikt voor brood. Daarom wordt
onze tarwe gebruikt als veevoer. Koeien en varkens eten het, maar ook
kippen. Roggebrood en koek worden van rogge gemaakt. De bakker kan er ook
witte bollen van bakken. Tarwekorrels moeten gemalen worden. Vroeger
gebeurde dat in een molen . Daar draaide twee zware stenen op elkaar rond.
Deze molenstenen waren geribbeld. Nu wordt bijna alle tarwe in fabrieken
gemalen.
|
Om de graankorrels zit een
vliesje. Deze vliesjes worden zemelen genoemd. Zemelen zijn gezond.
Soms wordt het meel na het malen gezeefd. Zo worden de zemelen er uit
gehaald. Er blijft tarwebloem over. Het is mooi, wit meel. Je kunt er
wittebrood of pannenkoeken van bakken. De zemelen worden niet
weggegooid. Ze worden bijvoorbeeld bij het witte meel gedaan. Van dit mengsel
wordt bruinbrood gemaakt. Volkorenbrood is van ongezeefd meel.
Daarin zitten dus veel zemelen. Je ziet er ook vaak hele graan korrels in
zitten. Bruinbrood en volkoren brood zijn gezonder dan witbrood. Het meel
wordt vermengd met water en wat zout. Daarna wordt het flink gekneed. Dan
krijg je deeg. Er moet ook een beetje gist bij. Gist is een soort
schimmel. Het wordt gemaakt in fabrieken. Gist laat het deeg rijzen. Het
deeg moet daarvoor een tijdje staan. Er komen dan kleine gasbelletjes in
het deeg. Daardoor wordt het deeg lekker luchtig. Van binnen lijkt het op
een spons en het deeg lijkt wel te groeien. Het rijst de pan uit! Na het
rijzen moet het deeg in de oven. Hierin wordt het gebakken. Na een half
uur is het brood klaar.
|
De warme bakker bakt zelf zijn
brood. Het brood uit de supermarkt komt uit de fabriek. Daar staan grote
kneedmachines voor het deeg. In rijs-kasten kan het deeg rijzen. Daarna
gaat het in grote ovens. Machines snijden en verpakken het brood. Er zijn
heel veel broodsoorten. Ze worden op verschillende manieren gebakken.
Busbrood wordt gebakken in een bakvorm. Met een geribbelde bakvorm krijg je
casinobrood. Bij knipbrood heeft de bakker in het deeg geknipt.
Vloerbrood wordt op een bakplaat gebakken. Heel bekende vloerbroodjes zijn
kadetjes en puntjes. Je hebt vast vlechtbrood en gedraaide broodjes gezien.
Er worden soms krenten in het deeg gedaan. Dan krijg je krentenbrood. De
banketbakker maakt van deeg koekjes en taarten.
| ||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:
1. Hoe worden tarwe en rogge genoemd?
2. Wat wordt er van rogge gemaakt?
3. Waarom zitten er veel zemelen in volkorenbrood?
4. Waar wordt gist gemaakt?
5. Noem 4 soorten brood.
Opdracht: volg de links in de leesles en bezoek de sites.