Les 8: Wat een weer
-------------

Het is herfst. De regen roffelt op de ruiten. Gisteren viel er zelfs natte sneeuw . Het weer wordt slechter en kouder. De winter komt eraan. De klok is een uur teruggezet . Het is weer wintertijd . Buiten is het nu vroeger donker . De dagen worden korter. De zon krijgt minder tijd om te schijnen. De zon geeft licht en warmte. Toch zie je de zon niet altijd . Hij zit vaak verstopt achter de wolken. Maar hij schijnt wel. Zonder zon zou het donker en koud zijn op aarde. Als de zon opkomt is het vaak nog koud. Maar na enkele uren wordt het warmer. Tegen de avond koelt het weer af. Je kunt de warmte meten met een thermometer. De gemeten warmte of koude heet temperatuur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het regent vaak in de herfst. Soms regent het pijpestelen. Dan valt het water met bakken naar beneden. Zulke plensbuien duren meestal kort. Het kan ook de hele dag motregenen. Motregen is heel fijne regen. Je ziet dan geen druppels. Regen valt uit de wolken. Soms is de lucht helemaal grijs van de wolken. In de winter kan er ook sneeuw of hagel uitvallen. Hagelstenen zijn klein ijsklompjes. Herfst is ook de tijd van de mist. Buiten is het wazig en grijs. Je ziet bijna geen kleuren meer. Mist is een wolk die heel laag hangt. Alles wordt vochtig. Spinnewebben zijn goed te zien. Ze lijken wel bedekt met zilverkralen. Regen,sneeuw,hagel en mist noemen we neerslag.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms regent het en tegelijk schijnt de zon. Een enkele keer zie je dan een regenboog. Zonlicht lijkt gewoon wit. Toch bestaat het uit meerdere kleuren. De zon schijnt op de regendruppels. Die kaatsen het licht terug. Het lijken wel kleine spiegeltjes. Elke kleur wordt apart teruggekaatst. Daardoor zie je de regenboog . Soms zie je er nog een tweede regenboog achter. Die is dan minder goed te zien. In de herfst kan het ook flink stormen. Wind kun je niet zien ,maar wel voelen . Hij blaast in je gezicht. Je kunt wel zien waar de wind vandaan komt. Kijk maar naar de bomen , als het flink waait. De takken zwiepen heen en weer. En de mensen gaan ook anders lopen. De wind kun je ook horen . Als hij door de takken fluit of om het huis heen giert. Plotseling kan de wind weer gaan liggen .Maar helemaal windstil is het niet vaak . Wil je weten waar de wind vandaan komt? Dan moet je een kompas gebruiken. Daarop kun je zien waar het noorden is. En dus ook de andere richtingen. In ons land komt de wind vaak uit het westen. Die wind brengt regenwolken mee.

 

 

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:

1. Wordt de klok bij wintertijd een uur vooruit of achteruit gezet?

2. Waar wordt de warmte mee gemeten?

3. Hoe heet de gemeten warmte of koude?

4. Wat worden regen, sneeuw en hagel genoemd?

5. Waardoor zie je de regenboog?


Volg de links (handjes) in de leestekst en bezoek de sites.
-------------