Les 1: Zomertijd - bloementijd
Antwoorden les 1: leestekst
1. Welke onderdelen heeft een bloem? --- Kelkblaadjes, kroonblaadjes, stampers en
meeldraden.
2. Hoe heet het gele poeder in de
meeldraden? --- Stuifmeel.
3. Wat zijn lintbloemen? --- Bloemen die weer uit aparte bloempjes
bestaan.
4. Wat vormen sommige planten? --- Een paraplu of een grote bol van bloempjes.
5. Wat zijn buisbloempjes? --- Het hart van de bloem dat ook weer uit veel
kleine bloempjes bestaat.
Antwoorden les 1 : Links
1. Waar legt het vrouwtje van de
citroenvlinder haar eitjes? --- Het
vrouwtje legt haar eitjes meestal in bosranden.
2. Hoe noemen we een tros bijen? --- Zwerm.
3. Waar is de foto van de paardebloem
gemaakt en wanneer? --- De foto is
op 7 april genomen bij de Starrevaart.
4. Wat zorgt voor de stevigheid van de
zonnebloem? --- De schutbladeren.
5. Wat betekent het als een jongen een
meisje een krans van madeliefjes schenkt? --- Dat hij dan verliefd op haar is.