Les 12: Samen onderdak

Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Huizen bouwen doen mensen samen. Dat kun je bijna niet alleen. Sommige dieren bouwen ook meteen een nest. En dan gaan ze er samen in wonen. Dat zijn vaak grote nesten voor heel veel dieren. Die dieren moeten dus goed kunnen samen werken. Mieren bouwen ook samen een groot nest. Hiernaast zie je zo'n mierenhoop van rode bosmieren. Zie ze eens rennen daar boven die hoop. Het krioelt er van de mieren. Het lijkt alsof ze elkaar in de weg lopen. Maar dat is niet zo. Iedere mier heeft z'n eigen taak. De soldaten bewaken de mierenhoop. Ze vallen iedereen aan die te dicht bij het nest komt. Mieren kunnen gemeen bijten. Ze spuiten ook mierenzuur uit hun achterlijf en dat geeft een brandend gevoel. Andere mieren hebben een taak als voedselzoekers. Zij gaan op pad om dode kevers en rupsen te zoeken. En dan zijn er de bouwers. Die houden nooit op met werken. Telkens wordt het nest verbeterd en groter gemaakt. In de mierenhoop lopen allemaal kleine tunneltjes. 's Avonds worden de ingangen van de tunneltjes afgesloten met kluitjes dennehars.Dat is het kleverige sap van een denneboom. Door die tunneltjes komt er lucht in het nest. Bij warm weer is het er heerlijk koel. Als het regent of koud is, gaan de poortjes dicht. Zo blijft het in de mierenhoop altijd even warm. Mieren hebben dus geen centrale verwarming nodig. In de mierenhoop zijn ook heel veel kamertjes. Sommige dienen als keukenkast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarin liggen dode kevers en rupsen. In andere kamertjes liggen eitjes, larven en poppen. Beneden in de mierenhoop woont de koningin. Zij is de baas en de enige die eitjes legt, wel zo'n duizend per dag! In een mierenhoop wonen wel zo'n driehonderduizend mieren. Zoveel mensen wonen er in de meeste steden in ons land nog niet eens. Ook bijen wonen samen in een nest. Dat nest zit in een bijenkorf of in een houten kast. Sommige mensen vinden het leuk om bijen te hebben. Deze imkers zorgen goed voor ze en krijgen er honing van . Bijen bouwen allemaal kleine, zeshoekige kamertjes. Dat zijn de raten. De bijen gebruiken daarvoor was. Dat is een vettige stof die ze in hun lichaam kunnen maken. In een bijennest is ook een koningin. Zij legt haar eitjes in de raten. De raten dienen ook als voorraadkast voor stuifmeel of honing. Raten worden door de mensen wel eens gesmolten om er wrijf was van te maken. Daarom zit aan wrijfwas nog zo'n heerlijk honinggeurtje.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hommels overwinteren niet. Ze gaan allemaal dood, op een na: de koningin. In de herfst zoekt ze een beschut holletje om daar maandenlang te blijven slapen. Vroeg in het voorjaar wordt ze wakker en gaat ze op zoek naar een geschikt plekje voor een nest. Soms is dat een verlaten muizeholletje. Dan begint ze met het bouwen kan kleine kamertjes, die net op knikkertjes lijken. In die "knikkertjes",die ze van was bouwt, legt ze haar eitjes. Dan begint ze aan de voorraadkamertjes. Die zien eruit als kleine kommetjes. De eerste tijd moet ze alles zelf doen: bouwen, eitjes leggen, voedsel zoeken en de larven groot brengen. Als er genoeg hommels zijn bijgekomen, nemen die het werk van de koningin over. Wespen wonen ook samen in een nest. Zij bouwen hun nest niet van was, maar van ... papier. Dat maken ze zelf van fijngekauwd hout met spuug. Als dat kleverige papje is opgedroogd, lijkt het net krantepapier. Wespen bouwen hun papieren nesten op allerlei plaatsen: in holle bomen, in nestkastjes, oip zolders en zelfs tussen muren. Hun nest lijkt wel wat op dat van bijen. Hun raten zijn, net als die van bijen, ook rechthoekig. Wespen zijn alleen slordiger dan bijen. Hun nesten raken eerder beschadigd en worden dan nogal haastig gerepareerd.

 

 

 

 

 

 

 





1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst

1. Wat is de taak van de soldaatmieren?

2. Wat spuiten ze uit hun achterlijf?

3. Wat is dennehars?

4. Wat is een imker?

5. Overwinteren hommels?




2. Volg de links in de leestekst en beantwoord de vragen:

1. Waar jagen de bosmieren vooral op?

2. Waar overwintert de loopkever?

3. Denk je dat de door rupsen aangevreten bomen en struiken weer normaal worden?

4. Waar moet de bijenzwerm naar toe?

5. Hoeveel foto's staan er op de webpagina van mieren en wespen?