|
les 15 Opsporing verzocht Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
| Wat een drukte op het schoolplein .
Zou er wat gebeurd zijn?
Er is ingebroken, wordt er al geroepen.
Meester staat te praten met twee agenten.
Ze kijken naar een deur met een kapotte ruit.
Een van de agenten bukt zich om iets op te pakken.
Heel voorzichtig stopt hij het in een plastic zak.
De andere agent is bezig bij de ruit.
Hij doet er wat poeder op.
Buiten op straat kun je overal
sporen van mensen en dieren vinden: papiertjes, peukjes, hondedrollen, plastic zakken
of zelfs remsporen.
Kijk maar eens in een drukke winkelstraat of op de kermis.
Wat een troep laten de mensen vaak achter!
Het zijn allemaal sporen waaraan je kunt zien wat die mensen gedaan hebben.
In een bos zul je niet gauw een vos of een ree tegen komen.
Maar al zie je ze niet, ze zijn er wel.
Ze hebben jou wél gezien of geroken en ze maken dat ze wegkomen.
Aan de sporen die ze achterlaten, kun je zien dat ze er toch wel zijn.
Die sporen kunnen jou een heel verhaal vertellen.
In nat zand of in de sneeuw zie je hun sporen heel duidelijk.
Je kunt hun pootafdruk dan lange tijd volgen.
|
Die pootafdrukken noemen we prenten.
Aan de prenten kun je zien welke dier er gelopen heeft en ook hoe het
gelopen heeft, langzaam of snel.
Dieren laten niet alleen prenten achter, maar ook andere sporen zoals een afgekloven dennenappel of een opengepikte rozenbottel.
Elk dier eet op zijn manier.
Aan de overgebleven resten kun je vaak zien welk dier er van gegeten heeft.
Als je tandafdrukken op een boomstam ontdekt, zijn daar knaagdieren aan het werk geweest.
En een hoop veren met wat bloed vertelt je dat hier een roofdier een vogel te pakken heeft gehad.
|
Een uil laat een heel vreemd spoor achter.
Elke dag moet hij overgeven.
Dat doet hij niet omdat hij ziek is.
Een uil vangt muizen en verslindt die met huid en
haar.
Maar de botjes en haren van de muis kan hij niet verteren.
Daarom spuugt hij elke keer 'pakketjes' van haar en botjes uit.
Zulke pakketjes noemen we uileballen of braakballen.
Als je zo'n uilebal openmaakt, kun je precies zien welk dier door de uil is
opgepeuzeld.
Keutels en drollen van dieren zijn ook belangrijke sporen.
Keutels kunnen je veel vertellen over het dier dat ze uitgepoept heeft.
Roofdieren maken langgerekte keutels.
Vaak zie je er nog allerlei haartjes in zitten.
Bovendien kunnen ze behoorlijk ruiken.
Aan die stinkende keutels weten de roofdieren van
elkaar wat hun jachtgebied
is.
Knaagdierepoep is vaak rond.
Denk maar aan konijnenkeutels.
's Winters is die poep veel
lichter van de kleur dan
's zomers.
In de zomer is hun voedsel veel sapperiger
en daardoor worden de keuteltjes
dan donkerder.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst
1. Wat zijn prenten?
2. Wat kun je aan een prent zien?
3. Wat vertellen tandafdrukken op een boomstam?
4. Hoe wordt een uilebal ook wel genoemd?
5. Wat weten roofdieren door stinkende keutels?
-------------
Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Wat is de snelheid van een vos?
2. Wanneer krijgt een ree jongen en hoeveel?
3. Wat doet rozenbottel?
4. Wat kan je muizen naast het gewone voer nog geven?
5. Wie heeft de stem van Meneer de Uil in de Fabeltjeskrant ingesproken?
-------------