Les 16 Ziek en gezond

Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Hans heeft hoofdpijn. Het bonkt in zijn hoofd, hij rilt en klappertandt en overal in zijn lijf voelt hij pijn. Het liefst zou hij in bed willen blijven en niet naar school gaan. Mam wil weten of Hans koorts heeft. Daarom moet hij de thermometer in zijn bips steken. De thermometer wijst 39 graden aan! Hans is flink ziek. Mama belt meteen de dokter. Hans heeft griep en dat kun je zomaar krijgen. De boosdoener is een virus. Een virus is heel klein. Zo klein dat je het niet kunt zien. Een virus zweeft gewoon door de lucht. Het komt door je neus en mond naar binnen. En dan kun je ziek worden. Een andere boosdoener heet bacterie. Bacteriën komen overal voor. Ze zijn ook heel klein, maar wel groter dan virussen. Als er veel bij elkaar zijn, kun je ze wel zien. De meeste bacteriën zijn niet schadelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige doen zelfs heel nuttig werk. In het bos bijvoorbeeld, helpen bacteriën mee om afval van planten en bomen op te ruimen. Maar er zijn ook bacteriën waar je ziek van kunt worden. Soms zelfs heel erg ziek! Bacteriën en virussen proberen op allerlei slimme manieren in je lichaam te komen. Ze zoeken wonden op of ze proberen door je mond of je neus binnen te komen . Maar de indringers worden heel snel door aanvalstoffen in je lichaam aangevallen. Want je lichaam wil dat ze zo vlug mogelijk gedood worden. Soms worden de indringers bij de eerste aanval nog niet gedood. Dan komen er al snel veel vijanden in je lichaam. Je lichaam valt dan opnieuw, heel sterk, de indringers aan. Want alle vijanden moeten weg. Als je lichaam zo´n sterke aanval gaat doen, krijg je koorts.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe hoog was jouw temperatuur? Als je koorts hebt, heb je een hogere temperatuur. Dan voel je je ziek. Dat is niet leuk, maar wel nodig. Want je lichaam maakt een heleboel aanvalstoffen om je juist weer beter te maken. Bij sommige ziekten maakt je lichaam zoveel aanvalstoffen dat je die ziekte niet weer krijgt. Je bent dan immuun, voor die ziekte geworden. Immuun betekent: ongevoelig. Sommige ziekten zijn erg besmettelijk. Vooral bij kinderen komen besmettelijke ziekten voor. Deze kinderziekten zoals de bof, rode hond, mazelen en waterpokken, krijg je meestal maar één keer. Soms kun je er niets aan doen dat je ziek wordt. Maar als je probeert zo gezond mogelijk te leven, kun je jezelf helpen er voor te zorgen dat je niet zo gauw ziek wordt. Als je gezond eet, je lichaam goed wast en er voor zorgt dat je genoeg beweging en rust krijgt, wordt je lang niet zo gauw ziek.

 

 

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen over de de leestekst:

1. Wat is groter, een virus of een bacterie?

2. Zijn bacteriën schadelijk?

3. Hoe proberen bacteriën en virussen in ons lichaam te komen?

4. Wanneer krijg je koorts?

5. Wat betekent immuun?


Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. Wanneer maakte het Aids-virus zijn eerste slachtoffers in Amerika en Europa?

2. Waar zit de bacterie in de teek?

3. Waar kan de lichaamstemperatuur gemeten worden?

4. Is het terecht dat bijna elke ouder doodsbenauwd is voor de bof bij hun jongetjes?

5. Hoe kan de jeuk bestreden worden?
-------------