|
Les 22: Je eigen lapje grond |
||||
| De meeste mensen houden van planten. In bijna ieder huis zie je wel kamerplanten
staan of bloemen "op vaas". En balkons zijn vaak versierd met bakken en potten vol bloeiende planten.
Een tuin met bloeiende bloemen en planten of groenten vinden veel mensen het allermooist. Zij vinden tuinieren of gewoon lekker in het
zonnetje zitten in de tuin, heerlijk. Een eigen tuin is fijn. Want je haalt de natuur heel dichtbij huis.
Als je zelf een tuintje wilt gaan aanleggen, heb je een goede plek nodig. Je tuin moet een beetje
beschut zijn tegen felle noordenwind en mag niet de hele dag in de schaduw liggen.
Onder de bomen kun je dus beter niet gaan tuinieren. Trouwens, die halen zoveel water en voedsel uit de grond dat er voor jouw planten
niet veel overblijft. Je lapje grond mag ook niet te nat zijn, zeker niet in de zomer. Het allerbelangrijkste van je tuin is de grond.
Want daarin groeien de planten. En die kunnen niet leven als er niet genoeg voedsel, lucht en water in de grond zit.
Ga eens naar www.netwijs.nl
Je kunt dan bij zoeken intikken: tuinieren. En nu maar hopen dat de zoekmachine iets
vindt.
|
Er zijn verschillende soorten grond. De bekendste zijn klei en zand.
In de ene grondsoort zit meer water en in de andere meer lucht. Meestal bestaat tuingrond uit een
mengsel van grondsoorten. Goede grond of aarde is belangrijk voor je tuin. Zand is niet zo geschikt, want het houdt geen water vast.
Na een regenbui is het zand zo weer droog. Klei houdt het water wel vast, maar in deze grondsoort is weinig ruimte voor lucht. Na een regenbui zie je op kleigrond
vaak plassen water staan. Tuingrond is meestal een mengsel van klei en zand, waarin ook verrotte
plantendelen zitten. Die verrotte plantendelen noemen we humus. Humus bevat veel voedsel voor de plant en plakt grondkorrels aan elkaar tot kluiten.
Tussen die kluiten blijft de lucht en het water goed hangen en dat is goed voor de planten.
Als je tuingrond niet zo goed is, kun je die zelf verbeteren door er humus in te brengen. Daarvoor kun je tuinturf gebruiken. Tuinturf is namelijk ontstaan
uit dode planteresten.
|
Je kunt de grond ook verbeteren
met compost. Dat is verteerd afval van planten. Compost kun je kopen, maar ook zelf maken.
Als je afval van planten en groente en etensresten in een hoekje van de tuin in de schaduw op een hoop bewaart, dan is er na een half jaartje
prachtige compost ontstaan. De compost kun je dan als mest over je tuintje strooien.
Met goede tuingrond alleen ben je er niet. Je moet er voor zorgen dat de grond steeds genoeg lucht, warmte en vocht krijgt. Daarom moet je je
tuin regelmatig bewerken. Voor dat bewerken heb je gereedschap nodig. Voor de plantenbakken binnen of op het balkon heb je meestal genoeg aan
een lepel, een klein schopje, een handharkje en een bloemengietertje. Maar buiten heb je groter
gereedschap nodig. 1. Met een spa kun je de grond omspitten. 2. Met een schop kun je grond en compost wegscheppen. 3. Een schoffel
gebruik je om grond los te maken en onkruid tussen de planten weg te snijden. 4. Met een hark maak je de grond vlak en kun je rommel bij elkaar harken.
5. Met een drietandje kun je grove kluiten fijn maken. 6. Bij het zaaien in droge grond of als de grond heel droog is, besproei je de grond met een
gieter.
|
||