Les 23: Je eigen tuintje
-------------

Je lapje grond ligt er keurig gespit en bemest bij. De tuin is aangeharkt en zo glad als een biljartlaken. Het werk kan beginnen. We beginnen dus met zaaien. Zaaien betekent eigenlijk strooien. Maar dat strooien moet wel heel zorgvuldig gebeuren. De zaadjes mogen niet te diep in de grond gestopt worden. Er is een vaste regel: zaai ieder zaadje zo diep als het groot is. De piepkleine zaadjes van het leeuwebekje strooi je dus gewoon op de grond en druk je even aan. Maar dikke tuinbonen stop je in een kuiltje. Je moet alle zaadjes wel bedekken met aarde, want ze ontkiemen beter onder de grond omdat het daar vochtig is. Natuurlijk moet je je zaadjes niet zomaar kris-kras door elkaar strooien. Het best kun je zaaien in rijtjes. Met de steel van je hark kun je prima kaarsrechte (en pas op: niet te diepe) geultjes trekken. Maak de rijen niet te dicht op elkaar en zorg er ook voor dat er afstand tussen de zaadjes is. Want je moet er met je schoffel goed tussendoor kunnen. Ga eens naar www.netwijs.nl Je kunt dan bij zoeken intikken: tuinieren. En nu maar hopen dat de zoekmachine iets vindt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinkers en spinazie kunnen wel dicht op elkaar gezaaid worden. Maar de meeste planten, zoals bietjes en worteltjes moeten meer ruimte hebben. Heel fijn zaad kun je verdunnen met zand. Als je zand en zaad bij elkaar in een jampotje doet en goed schudt, dan kun je dit mengsel gaan zaaien. Als de zaadjes plantjes worden, staan ze soms toch te dicht op elkaar. Je moet ze dan uitdunnen. Heel voorzichtig trek je er dan hier en daar een paar plantjes tussen uit. Sommige zaden zaai je buiten op een zaaibed of binnen in een zaaibak. Als het kleine plantjes zijn geworden, moet je ze verplanten. We noemen dat verspenen. Dat moet je heel voorzichtig doen om geen worteltjes te beschadigen. Maak een gaatje waar de worteltjes ruim in passen en druk de aarde goed aan. Vergeet niet, water te geven.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste blaadjes die na verloop van tijd boven de grond uitkomen, zijn de kiemblaadjes. Die zien er vaak anders uit dan de blaadjes die later komen. De plantjes waar jij de zaadjes voor gezaaid hebt, krijgen het niet gemakkelijk. Ze moeten vechten tegen het sterkere onkruid. Onkruidplantjes heb je niet zelf gezaaid. Ze zijn er door de wind of door de vogels gekomen. Ze groeien veel harder dan jouw gezaaide plantjes. Ze nemen alle ruimte in en pikken het licht en het voedsel weg. Daarom moet je dat onkruid weghalen. Trek ze maar met wortel en al uit de grond. We noemen dat wieden. Met een schoffel snijd je alleen het plantje van de wortel af. Bij vochtig weer kan uit die wortel zo weer een nieuw plantje groeien.

 

 

 

 

 

 

 



Vragen en opdrachten


Leeuwebekje


1. Hoeveel bloemenfoto's worden er getoond?

Tuinboon


2. Tot welke familiebloemensoort hoort de tuinboon?

Bietjes


3. Hoe wordt een bietje ook wel genoemd?

Wortel


4. Welke stof zorgt voor de mooie oranje kleur?