|
les 27 Groeien onder water |
||||
| Wat een wondere wereld is het daar onder water.
Het is een komen en gaan van kronkelende bloedzuigers, schichtig wegschietende stekelbaarsjes en parmantig peddelende kevertjes.
En kijk daar ... Tussen de bladeren van de waterpest loert een groen monster met kaken die nog groter zijn dan zijn kop.
Het is de watertijger, de baby van de geelgerande waterkever. De kokerjuffer sukkelt door de modder, terwijl de poelslak
met een huisje als een roomsoes haar pad kruist. Roetsj, roetsj, links, rechts, daar roeit een ruggezwemmer snel naar de bodem.
En wie dwarrelt daar in de verte door het water? Het is de waterspin, gevangen in een zilveren parel.
De meest wonderlijke wezentjes leven in het waterhuis. In het waterhuis wonen allerlei soorten dieren. Er leven vissen en slakken,
maar ook kevers en larven.
Sommige dieren, zoals kikkers en salamanders leven en in de sloot en op het land.
Die dieren noemen we amfibieën.
|
Er zijn zelfs spinnen die onder water leven, zoals de rode watermijt en de echte waterspin.
Wormen en bloedzuigers vormen weer en aparte soort dieren in het waterhuis.
Al die soorten kun je verdelen in groepen. Bekende groepen zijn bijvoorbeeld vissen, insekten, spinnen en slakken.
Waterkevers horen bij de groep insekten. In de sloot leggen ze hun eitjes, waaruit larven komen.
Die larven leven ook in het waterhuis. De geelgerande waterkever en zijn jong zijn allebei wel grote hongerwolven.
Alles wat ze te pakken kunnen krijgen, verdwijnt tussen hun enorme kaken. De larven groeien dan ook
als kool. Als ze groot genoeg zijn, gaan ze zich verpoppen. Na een paar weken kruipt er een volwassen kever uit de pop.
Die legt ook weer eitjes en dan begint het verhaal opnieuw.
|
In de sloot zie je nog meer larven.
Libellen, steekmuggen, vliegen en zelfs sommige vlinders kiezen het waterhuis graag uit als kinderkamer. Ze leggen hun eitjes op of
in het water en soms op planten aan de waterkant.
Kikkers ontbreken natuurlijk ook niet in de sloot. Vroeg in het voorjaar legt de groene
kikker eitjes. Die eitjes zitten aan elkaar als een doorzichtige trilpudding met zwarte puntjes.
De trilpudding noemen we kikkerdril. De zwarte puntjes in het kikkerdril worden kikkers.
Dat gebeurt niet ineens. Eerst worden het kleine visjes. Deze "dikkopjes" eten van de waterplanten
in de sloten. Ze worden steeds dikker en langzaam veranderen ze in een kikker.
Eerst krijgt zo'n dikkopje achterpootjes, daarna voorpootjes en tenslotte verdwijnt het staartje.
Dan is het een echte kikker geworden.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst
1. Hoe wordt de baby van de geelgerande waterkever genoemd?
2. Hoe heten dieren die in de sloot en op het land leven?
3. Tot welke soort horen de waterkevers?
4. Waar leggen libellen hun eitjes?
5. Hoe worden de eitjes van de kikker genoemd?
-------------
Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Waarom heeft de geelgerande waterkever zuignappen?
2. In Nederland komen twee typen salamanders voor. Welke twee?
3. Waarom worden waterjuffers meer opgegeten door vogels dan de libellen?
4. Hoeveel soorten dagvlinders komen er in Nederland voor?
5. Waarom heeft de boomkikker zuignappen onder zijn poten?
-------------