|
Les 29 Een onderaardse bewoner Bron: Methode Leefwereld, groep 6, Uitgeverij Jacob Dijkstra. |
||||
| Er zijn dieren die je bijna nooit ziet. Ze leven onder de grond.
Daar is het kil en donker en altijd vochtig. Zonlicht en warmte dringen er nooit door naar binnen.
Je zou dus zeggen dat het geen aangename plaats is om er te wonen. Maar er zijn dieren die zich er heel goed thuis voelen.
Mensen maken tunnels onder de grond. Dieren ook. Een mol graaft, razendsnel en iedere dag opnieuw, gangen en holen in de grond.
De gangen die het dichtst bij de oppervlakte liggen, zijn de ritten. De aarde wordt gewoon opgewipt tot dijkjes.
In de winter graaft de mol veel dieper, soms wel een halve meter diep. Met zijn graafpoten maakt hij de aarde los.
Daarna werkt hij de grond onder zijn lijf door naar achteren. Tenslotte draait hij de losse aarde
met zijn lijf stevig tegen de wand. Zo maakt de mol sterke tunnels zonder dat daarbij stutten nodig zijn.
Zit de aarde hem te veel in de weg, dan werkt hij die naar boven. Dan ontstaat een molshoop.
Een mol is een echte graafmachine. Zijn voorpoten zijn brede graafklauwen die heel geschikt zijn voor het graafwerk.
Aan de kant van de duim zit een extra beentje, het sikkelbeentje, dat zijn voorpoten zo breed maakt.
|
Zijn dichte vacht en donkere zachte haartjes
vormen een goede werkkleding. Geen zand of water kan er in zijn vachtje binnendringen. Tijdens het graven
staan zijn haren rechtop. Moeiteloos kruipt hij voor en achteruit in de nauwe gangen.
De haren gaan gemakkelijk elke kant op. Een mol kan heel goed horen en ruiken.
Met zijn neusje kan hij zelfs trillingen voelen. Al dat graafwerk maakt hongerig.
Daarom moet een mol veel eten. Elke dag eet hij meer dan hij zelf weegt. Dag en nacht is hij op jacht. Het liefst eet hij
wormen. Die veegt hij tussen zijn pootjes eerst goed schoon en peuzelt ze dan pas op.
Hij lust ook kevers en andere bodemdiertjes.
|
Soms komt hij boven de grond
om een spitsmuisje of een kikker te verschalken. Maar daar loeren de vijanden:reigers,kraaien,
roofvogelsen zelfs honden.
Mollen houden niet van trouwen. Alleen in het voorjaar zijn ze een paar dagen bij elkaar om te paren.
Daarna willen ze weer alleen zijn. Het vrouwtje maakt een knus holletje onder de grond. Hierin worden meestal
vier kale molletjes geboren. De eerste weken drinken ze melk bij de moeder, want mollen zijn ook zoogdieren.
Daarna leert de moeder haar kleintjes wormen vangen. Na een tijdje jaagt de moeder ze weg.
Dan moeten ze voor zichzelf zorgen. Net als hun ouders moeten ze nu zelf gangen graven en...
andere mollen wegjagen.
Mollen kunnen met hun molshopen en gangen soms knap lastig zijn. Daarom jagen mensen ook op mollen.
Vroeger deden ze dat met speciaal afgerichte honden. Nu proberen ze ze te vangen net molleklemmen of met ...
muziek. Dan wordt er een fles schuin in de grond gezet. Als de wind daar in blaast, komt er uit de fles een geluid.
De mollen kunnen daar niet tegen en vluchten weg.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:
1. Hoe heten de gangen die dicht aan de oppervlakte liggen?
2. Hoe wordt het extra beentje genoemd aan de kant van de duim?
3. Wat doet de mol met zijn neus?
4. Wat eet de mol het liefst?
5. Welke dieren zijn de vijand van de mol?
-------------
Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Hoeveel soorten mollen zijn er op de hele wereld?
2.Hoeveel jongen werpt een spitsmuisvrouwtje?
3. Waar leven reigers van?
4. Waarom zijn eksters bekend als dieven?
5. Wat is het gewicht van een mannetjes- en vrouwtjesbuizerd?
-------------