|
les 30 Je eigen dierentuintje Bron: Methode Leefwereld, groep 6, Uitgeverij Jacob Dijkstra. |
||||
| In je tuintje groeien niet alleen planten.
Er leven ook allerlei kevertjes en andere dieren in. Je plantentuin is dus ook een dierentuin.
Al die dieren zoeken in je tuin hun kostje op.
Heel bekende diertjes in je dierentuin zijn de lieveheersbeestjes. Ze zitten meestal op de blaadjes van planten.
Want daar zitten ook vaak bladluizen en daar zijn lieveheersbeestjes dol op.
Hun larven lusten er wel pap van. Een zo'n larve eet wel honderd bladluizen per dag!
Die larven zijn lelijke blauwe monstertjes met gele vlekken. Bladluizen zijn dol op het sap van de plant.
Ze hebben een zuigsnuit, die ze in de plant steken. Planten kunnen daar niet goed tegen en gaan er soms dood aan.
Dat komt vooral doordat bladluizen altijd met zovelen zijn.
Ze krijgen heel snel jonkies, die naar een paar dagen zelf ook al weer jonkies krijgen.
In een ommezien zit de hele plant onder de bladluizen. Bladluizen zuigen meer sap dan ze op kunnen.
Een gedeelte daarvan poepen ze weer uit. Het is kleverig en zoet en we noemen het honingdauw.
Mieren komen op de bladluizen af om de honingdauw op te zuigen. Met hun voorpootjes
trommelen de mieren op het achterlijf van de bladluizen, net zo lang tot die honingdauw tevoorschijn persen.
Dat heet melken. Mieren houden bladluizen, zoals wij koeien houden.
Tijdens het melken houden grote soldatenmieren met sterke kaken
de wacht bij de luizen. Vijanden krijgen geen kans om bij de bladluizen te komen...
Ondertussen sjouwen de kleinere mieren af en aan met de honingdauw. Ze lopen steeds precies langs hetzelfde paadje. Dat herkennen ze aan de geur. Mieren doen heel nuttig werk.
Ze eten rupsen en larven en ruimen daarmee dus schadelijke dieren op.
Vlinders zijn geen schadelijke dieren. Die snoepen alleen een beetje nectar uit de bloemen. Maar rupsen zijn wel schadelijk.
Die zijn dol op blaadjes en vreten zich zo snel mogelijk dik en rond. Ze vreten alles kaal, want rupsen hebben altijd honger.
|
Zitten er dus rupsen op jouw planten, haal ze er dan maar zo snel mogelijk af!
Meestal moet je ze wel even zoeken, want ze verbergen zich en bovendien hebben ze een schutkleur.
Dat wil zeggen: ze hebben ongeveer dezelfde kleur als de plant zelf. Vogels helpen je wel een handje bij het "opruimen" van rupsen.
Ze vinden ze namelijk heel lekker. Sommige rupsen hebben juist heel felle
kleuren, alsof ze willen zeggen: pas op, ik ben gevaarlijk. Weer andere rupsen hebben stugge haren.
De koekoek is er gek op. Andere vogels houden niet van harige rupsen.
Er komen nog meer felgekleurde diertjes in je tuin. Vaak zijn dat giftige, stekende of bijtende dieren, zoals
wespen, vliegen en bijen. Met hun felle alarmkleuren
schrikken ze hun vijanden af. Een wesp waarschuwt met zijn geel-zwarte strepen voor zijn giftige angel.
De zweefvlieg heeft die alarmkleuren ook, maar is heel onschuldig.
Omdat zweefvliegen zoveel op wespen lijken, worden ze niet zo gauw gepakt.
Zweefvliegen kunnen hun vleugels razendsnel op en neer bewegen. Het lijkt dan net of ze "stilstaan"in de lucht.
Ze komen op de bloemen in je tuin af. Met hun korte tong snoepen ze van het stuifmeel.
|
Er komen nog meer snoepers op die bloemen af. Het gonst er vaak van de bijen en de hommels. Met hun snuit zuigen ze nectar uit de bloemen.
Het stuifmeel nemen ze mee voor hun larven. Dat vervoeren ze in een speciaal korfje aan hun achterpoten.
Vlinders nemen niets mee, maar eten meteen alles op. Met hun lange tong kunnen ze uit bijna alle bloemen nectar zuigen.
Als ze weer wegvliegen, rollen ze hun tong gewoon op.
De meeste bloemenbezoekers zijn nuttige dieren. Want ze zorgen voor de bestuiving, zodat er uit het stuifmeel dat ze meenemen, weer nieuwe
bloemen kunnen groeien. Op en in de grond van je tuin leven ook heel wat diertjes. Soms zijn dat lastige, maar soms ook heel
nuttige diertjes. Je beste tuinvriend is de regenworm.
Want hij graaft gangetjes in de grond, zodat lucht en water gemakkelijk bij de plantenwortels kunnen komen.
Een worm is een mannetje en een vrouwtje tegelijk. Iedere worm kan dus eitjes leggen.
Daarom zijn er ook zoveel wormen in de grond. Wormen hebben ook vijanden zoals de mol. Maar ook duizendpoten jagen op wormen.
In hun voorste pootjes zit gif, waarmee ze hun prooi verlammen en doden.
Er leven nog veel meer dieren in de grond, zoals pissebedden, kevertjes en larven van kevers.
Sommige eten van de wortels van je planten. Die worden dan ziek en gaan dood.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst.
1. Hoeveel luizen eet een larve van het lieveheersbeestje per dag?
2. Hoe heet de poep die door bladluizen wordt uitgepoept?
3. Wat is het "melken" van een bladluis?
4. Waardoor zijn rupsen niet goed te zien?
5. Hoe vervoeren bijen en hommels stuifmeel?
Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Noem enkele bekende bladluissoorten.
2. Maakt een koekoek een nest?
3. Iemand die bijen houdt, hoe noemen we zo iemand?
4. Zijn duizendpoten giftig?
5. Hoeveel werksters kunnen er in een wespennest zitten?
-------------