Les 4: Een warm verenpak

Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Overal om ons heen zijn vogels. In het bos, in het park, in de tuin, en in de straat. Waar je ook loopt of fietst, vogels zie je altijd. Vogels herken je meteen, omdat ze een snavel hebben en kunnen vliegen. Er zijn ook andere dieren die kunnen vliegen, maar die hebben geen veren. Alleen vogels hebben veren. De veer van een vogel bestaat uit verschillende onderdelen: -de spoel, -de schacht, -de voorvlag en de achtervlag. De vlag van de veer bestaat dus uit een soort haartjes met zijhaartjes. De haartjes heten baarden, de zijhaartjes baardjes. De baardjes hebben weerhaakjes. Die vormen samen de ritssluiting van de veer. Want de weerhaakjes kunnen de veer weer dichtritsen en in model brengen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vogels hebben hun verenpak hard nodig. De veren beschermen hun lichaam tegen de kou en tegen de warmte. Tussen de veren zit lucht. Als het koud is, blijft de lucht tussen de veren zitten. De lucht houdt de warmte vast. We zeggen dan : de warmte wordt geïsoleerd. Als het warm is, blijft de lucht tussen de veren koel. Vogels kunnen door hun veren dus goed tegen kou en warmte. Veren beschermen vogels ook tegen nattigheid. Achter op hun lijf hebben vogels een vetklier. Met hun snavel smeren ze het vet uit de vetklier over hun veren. Dat smeren heet poetsen. Door dat poetsen komt er een laagje vet over de veren. De veren worden daardoor waterafstotend.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vogels hebben drie soorten veren: donsveertjes, dekveren en slagpennen. De donsveertjes houden de warmte vast. Ze hebben geen baarden en baardjes met weerhaakjes. Ze zijn pluizig. De dekveren vormen eigenlijk de jas van de vogel. Ze beschermen de donsveertjes en houden ze droog. De dekveren maken de vogel mooi glad van buiten. De slagpennen zitten in de staart en de vleugels. De vogels gebruiken ze voor het vliegen en het sturen. Veren slijten snel, vooral de slagpennen. Elk jaar worden de veren vervangen door nieuwe. Dat heet ruien. Als een vogel in de rui is, verliest hij zijn oude veren. Maar al snel groeien er weer nieuwe veren. Vogels ruien vaak aan het eind van de zomer. Vooral eenden raken dan in korte tijd veel veren kwijt. Langs de vijvers in het park kun je dan veel veren vinden. Sommige vogels zien er na de rui heel anders uit. Ze dragen dan een winterkleed. Spreeuwen hebben een witgespikkeld winterkleed. In de loop van de tijd slijten de witte topjes van de veren er weer af. En in het voorjaar zijn de spreeuwen al weer bijna zwart.

 

 

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen over de leestekst

1. Noem de onderdelen van een veer.

2. Waar beschermen de veren de vogel tegen?

3. Wat is poetsen?

4. Noem 3 soorten veren.

5. Wat betekent "in de rui zijn"?
-------------


Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. Waar komt de scholekster voor?

2. Wat eten pinguïns als zij gaan ruien?

3. Waar zijn vogels in de rui erg gevoelig voor?

4. Waar broedt de vink het liefst?

5. Wat eten spreeuwen?
-------------