Les 5: Vogels op reis

Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

De zomer is voorbij. Het is herfst. Dat kun je merken: het wordt kouder en 's avonds is het vroeger donker. Iedereen trekt nu warmere kleren aan. En vogels hebben een dikker verenpak. Toch wachten veel vogels de kou niet af. Ze trekken in de herfst naar landen waar het warmer is dan bij ons. Het is er niet alleen warmer, er is ook meer voedsel voor ze. Vogels die in de nazomer en in de herfst naar warmere landen trekken, noemen we trekvogels. Ze brengen de winter door in een warm gebied. Zwaluwen trekken heel ver weg, naar Afrika. In het voorjaar komen ze hier weer terug om te broeden. Deze trekvogel noemen we zomergasten omdat ze de zomer bij ons doorbrengen. Er zijn ook vogels die in de herfst juist naar ons land trekken. Ze komen uit landen waar het nog veel en veel kouder is dan bij ons. Omdat ze de winter bij ons doorbrengen noemen we deze trekvogels wintergasten. De grauwe gans is een echte wintergast. Sommige vogels, zoals de spreeuw en de koolmees, zien we hier het hele jaar.Toch zijn dat ook trekvogels want er zijn zomerspreeuwen en winterspreeuwen. Onze zomerspreeuwen trekken in de herfst naar Zuid-Engeland. Uit het noorden en het oosten komen dan andere spreeuwen hierheen. Je ziet dus in de winter andere spreeuwen dan in de zomer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige vogels, zoals de spreeuw en de koolmees, zien we hier het hele jaar.Toch zijn dat ook trekvogels want er zijn zomerspreeuwen en winterspreeuwen. Onze zomerspreeuwen trekken in de herfst naar Zuid-Engeland. Uit het noorden en het oosten komen dan andere spreeuwen hierheen. Je ziet dus in de winter andere spreeuwen dan in de zomer. Vogels die hier het hele jaar blijven, noemen we standvogels. Bij deze groep horen bijvoorbeeld de huismus en de merel. Misschien heb je in de vakantie wel eens een lange reis gemaakt naar Frankrijk of naar Spanje. Met de auto is dat een hele rit, die soms wel dagenlang duurt. Veel trekvogels maken een nog veel langere reis, tot in Afrika toe.

Jij kunt je in de auto lekker laten rijden, maar de vogels moeten het helemaal zelf doen. Duizenden kilometers vliegen ze door weer en wind naar het warme zuiden. Ze vliegen recht op hun doel af, zonder dat ze op een kaart of op wegwijzers kunnen kijken. Vogels hebben een soort ingebouwd kompas. Ze voelen welke richting ze uit moeten. Dat richtinggevoel noemen we instinct.

Jonge vogels leren de weg niet van hun ouders. Ze vinden zelf de weg. Want hun richting-instinct is aangeboren.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij moeten een kompas gebruiken om de weg te vinden. Zo'n reis naar het zuiden is lang en vermoeiend en vol problemen. Overal zijn hinderlagen en gevaren. Als het dagenlang regent, moet de reis worden onderbroken. Want met natte vleugels kunnen de vogels niet vliegen. Als het stormt ,worden de lichte vogeltjes alle kanten opgeblazen. en kunnen ze de richting kwijtraken. Ook komen ze vaak in moeilijkheden boven de zee en de hete woestijn. Want daar kunnen ze niet even stoppen om uit te rusten. Hoogspanningskabels, windmolens en vuurtorens zijn ook gevaarlijk voor de vogels. 's Avonds en 's nachts stralen de vuurtorens hun licht uit. Veel vogels komen op het licht af en vliegen zich dood tegen de vuurtoren. Maar er loeren nog heel andere gevaren. Veel mensen in landen in Zuid-Europa vinden de trekvogels een lekkernij! Daarom proberen ze ze te vangen of dood te schieten. Vaak worden de vogels met een net gevangen. Maar het gebeurt ook dat de mensen lijm op takken van bomen smeren.

Vroeger wisten de mensen niet dat vogels wegtrokken. Ze dachten b.v. dat zwaluwen 's winters in de modder kropen. Wij weten nu wel beter!!Wij weten heel veel van de vogeltrek door het ringen van vogels. Overal op de wereld worden vogels gevangen en krijgen ze een ringetje om een van hun poten. Daarna worden ze weer vrijgelaten. Het gebeurt ook vaak dat heel jonge vogeltjes al in het nest geringd worden. Op de ring staat een nummer en een adres. Wordt de vogel later weer gevangen, dan wordt de ring naar dat adres gestuurd. Daar weten ze precies waar en wanneer die vogel geringd is. En zo kan men nagaan op welke wijze en naar welke gebieden trekvogels vliegen.

 

 

 

 

 

 

 



Beantwoord de volgende vragen over de leestekst

1. Wat zijn trekvogels?

2. Wat zijn zomergasten?

3. Waar gaan de zomerspreeuwen naar toe?

4. Wat zijn standvogels?

5. Hoe heet het richtinggevoel dat vogels hebben?


Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. Waar komen veel grauwe ganzen voor?

2. Noem 3 soorten zwaluwen.

3. Wat eten huismussen?

4. Wat is een vijand van de spreeuw?

5. Hoeveel merels zijn er in Nederland ongeveer?
-------------