|
Les 7: De bloemen van de herfst Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
| Paddestoelen zijn eigenlijk schimmelplanten.
Je ziet er maar een deel van. Het grootste deel groeit onder de grond,
als een vlechtwerk van heel fijne witte draadjes. We noemen dat
vlechtwerk de zwamvlok. Deze heeft allemaal grijze, pluizige
draadjes met steeltjes en knopjes. Zo'n steeltje met een knopje is een
mini-paddestoel. In het knopje zitten sporen, net als in een grote
paddestoel. Paddestoelen zijn grote sporendozen. Die sporendozen noemen
we vruchtlichamen. In het vruchtlichaam groeien de sporen als een
soort puistjes op een velletje dat kiemvlies heet. Dat kiemvlies
groeit ook in paddestoelen met een hoed. Het zit in de hoed opgevouwen
in allerlei plooien en vouwen. Anders past het er niet in. En hoe groter
het kiemvlies is, hoe meer sporen er op kunnen groeien. Veel
paddestoelen met een steel hebben plaatjes in hun hoed. Ook zijn
er paddestoelen met buisjes in hun hoed. Bij de zeldzame
stekelzwammen zit het kiemvlies op de stekels. Uit de plaatjes,
de buisjes en de stekels, vallen een heleboel sporen op de grond. Sporen
zijn heel erg klein. Je ziet ze alleen maar als er heel veel bij elkaar liggen.
En dan nog zie je alleen maar een beetje stof.
Met een zelfgemaakte sporendoos kun je ook sporen zien vallen uit een paddestoel.
|
Sporen zijn zo licht dat zelfs het kleinste stukje wind ze al wegblaast.
Ze kunnen heel lang in de lucht blijven zweven en waaien dan overal heen. Je ademt ze ook regelmatig in, maar daar word je
niet ziek van. Veel sporen komen verkeerd terecht. Ze vallen in de zee, op de snelweg of op een zandvlakte.
Uit deze sporen komen geen nieuwe paddestoelen. Want paddestoelen zijn heel kieskeurig.
Er zijn maar weinig plekjes waar ze willen groeien. Uit een spore groeit niet direct een paddestoel.
Wel beginnen er dunne, witte draden uit te groeien. Vooral in het
voorjaar groeit de zwamvlok flink. Het is jammer dat je dat niet kunt zien. Op sommige
plekken groeien zwamvlokdraden samen. Daar ontstaan dan verdikkingen.
Die verdikkingen heten broedknoppen.
|
Als de grond vochtig genoeg
en niet te koud is, groeit er uit een broedknop een paddestoel. En dat
gaat soms heel vlug. Dat is goed te zien bij de stinkzwam waar in
een halve dag uit een broedknop een paddestoel groeit. Die paddestoel
heeft meteen al weer rijpe sporen. Ze zitten boven op de steel in
stinkend slijm. Vliegen vinden dit slijm erg lekker en smullen ervan. De
sporen blijven aan hun pootjes kleven en komen zo weer op andere plekjes
terecht. Er zijn ook heel veel paddestoelen zonder steel en hoed. Kijk
maar eens naar een koraalzwam, een knotszwam of naar het
mooie geweizwammetje. Bij deze zwammen zit het kiemvlies aan de
buitenkant.
Bij bekerzwammen zit het kiemvlies
aan de binnenkant van de kom. Van hieruit worden de sporen weggeschoten.
Sommige paddestoelen bewaren de sporen in hun buik. Als de sporen rijp
zijn, barsten ze open. Miljoenen sporen stuiven dan in wolken de lucht
in. Onze grootste stuifzwam is de reuzebovist. Die kan wel zo
groot worden als een tafeltje.
Het paddestoelenrijk telt heel veel
soorten, van champignons tot trilzwammen, van boleten tot
korstzwammen. Korstzwammen lijken in de verste verte niet op
paddestoelen. Toch horen ze ook bij het paddestoelenrijk.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:
1. Wat is een zwamvlok?
2. Hoe noemen we sporendozen?
3. Hoe heten de verdikkingen?
4. Wat is onze grootste stuifzwam?
5. Waarvoor dient het slijm van de stinkzwam?
-------------
Volg de links in de leestekst en beantwoord de vragen:
1. Wanneer groeit de Oranjegroene Melkzwam?
2. Waar legt de Blauwe Vleesvlieg zijn eitjes het liefst?
3. Hoeveel kilo champignons werd er in 2000 in Nederland geproduceerd?
4. Wat is de Latijnse naam van de Gele korstzwam?
5. Waar komt de Grote stinkzwam voor?
-------------