Les 9: Een luchtig onderwerp

Bron: Leefwereld groep 6 Uitgeverij Jacob Dijkstra
-------------

Overal om ons heen is lucht, binnen en buiten. Lucht kun je niet zien, maar wel voelen en horen. Als het waait, voel je dat de lucht in je gezicht blaast. Als het stormt, hoor je de lucht bulderen of fluiten. Overal is lucht, ook in alle lege ruimten. Een leeg doosje is dus eigenlijk nooit echt leeg. Er zit altijd lucht in. Je kunt lucht niet zien en ook niet beetpakken. En toch neemt lucht ruimte in. Dat kun je zien als je lucht vangt. Bijvoorbeeld in een ballon of in een fietsband. In de lege ruimte van de ballon of fietsband wordt de lucht samengeperst en daardoor heel sterk. Lucht is ook razendsnel. Dat merk je als er een gaatje in de ballon of de band zit. De lucht vliegt eruit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je hebt nu ontdekt dat lucht wel degelijk bestaat. Lucht is heel licht, maar weegt toch wel iets. De lucht in je lokaal weegt net zoveel als 4 kinderen samen. Als lucht verwarmd wordt, wordt ze lichter. De lucht stijgt dan op. Koudere lucht neemt de plaats in van de warmere lucht, die omhoog is gegaan. Samengeperste lucht kan heel sterk zijn. Dat merk je als je op je fiets rijdt. Want eigenlijk rijd je dan op lucht. Zelfs de grootste vrachtwagens rijden op lucht. De samengeperste lucht in de banden tilt de zware vrachtwagen op. Hoe sterk lucht is,voel je ook als je op een luchtbed ligt of in een rubberbootje spelevaart. En wist je dat er boten zijn die boven water kunnen varen? Die varen op een luchtkussen.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe meer lucht je in je fietsband pompt, hoe harder hij wordt. Dan begint de lucht steeds harder naar buiten te drukken. Lucht drukt in alle richtingen. Daardoor is een voetbal rond en een fietsband overal dik. Want dan zou niemand meer rechtop kunnen staan. Lucht drukt op alle dingen met gelijke kracht. Als er tussen twee voorwerpen helemaal geen lucht zit, plakken ze tegen elkaar. Daar zorgt de luchtdruk voor. Druk maar eens een zuignap tegen de muur. Dan hoor je lucht ontsnappen. De holte van de zuignap is nu geen lucht meer. Daarbuiten drukt de lucht nog wel. Je kunt een zuignap dus eigenlijk beter druknap noemen. Lucht is voortdurend in beweging. Dus niet overal op aarde drukt de lucht even zwaar. Bij mooi weer drukt de lucht meer. De luchtdruk is dan hoog. Als de luchtdruk laag is, komt er slecht weer. Als je weet hoe groot de luchtdruk is, kun je dus het weer voorspellen. Dan kun jij ook met een zelfgemaakte luchtdrukmeter. Zo’n luchtdrukmeter heet een barometer.

 

 

 

 

 

 

 





Beantwoord de volgende vragen over de leestekst

1. Wat is het gewicht van lucht in een lokaal?

2. Wat gebeurt er als lucht verwarmd wordt?

3. In welke richting drukt lucht?

4. Is de luchtdruk bij mooi weer hoog of laag?

5. Hoe heet een luchtdrukmeter?
-------------


Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. Hoe werkt een hete luchtballon?

2. Welk spel kan er gespeeld worden op een luchtkussen?

3. Wat is een dode hoekspiegel?

4. Wat is de eenheid van luchtdruk?

5. Wat zijn de aardse planeten?
-------------