|
Les 1: Elke plant zijn eigen plek. Deze les is 24 juli 2008 geupdated. Bron: Leefwereld groep 7 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
| Planten groeien niet overal en
onder alle omstandigheden. Ze hebben voldoende licht, lucht, warmte, water en voedsel nodig. We noemen dit de groeivoorwaarden
van planten. Deze groeivoorwaarden verschillen per plantesoort. De ene soort heeft meer warmte nodig dan de andere soort. Daarom groeien
paprika's in Spanje en niet in Nederland. Tuinders hier willen toch 1. paprika's kweken. Daarom bootsen ze het Spaanse klimaat in een kas na.
Veel mensen hebben een tuintje bij hun huis. Daar zetten ze mooie tuinplanten in. De bodem bestaat vaak uit goede, vochtige tuinaarde. Maar in die
tuintjes groeien vanzelf ook andere planten. Die noemen we wilde planten. De meeste mensen willen geen wilde planten tussen hun gewassen. Ze noemen
ze daarom 2. onkruid . Onkruid groeit heel snel, bloeit gauw en maakt snel zaden. Wilde planten zijn
sterker dan gekweekte soorten. Je moet voortdurend schoffelen om ze weg te krijgen. Als je je tuin niet goed verzorgt, krijgen de gekweekte plantjes geen kans.
Wilde planten groeien niet overal. Ze hebben ieder hun voorkeur. Sommige soorten houden van schaduw en andere zijn juist echte zonliefhebbers. De ene soort groeit
liever op een natte plek, de andere staat graag droog.
|
Er zijn onder de planten echte kleiminnaars, maar ook zandminnaars. Laat je de natuur haar gang gaan, dan "kiest" elke plant zijn eigen plek. Er zijn maar weinig planten
die helemaal geen voorkeur hebben. Bij jou in de buurt zijn ook allerlei soorten plekjes. Er zijn plekjes onder bomen en struiken en er zijn open grasveldjes. Tussen de straattegels groeien andere plantjes dan in de berm. Al die plekjes kunnen flink verschillen! Plekjes onder de bomen zijn
veel droger dan in het open veld. In de schaduw is het veel koeler dan in de volle zon. De ene kant ligt in de zon en de andere kant heeft altijd schaduw. Aan de schaduwkant is een koeler "klimaat" dan aan de zonzijde. Elk plekje heeft zijn eigen klimaat. Dat noemen we een micro-klimaat.
Planten zijn vaak goed aangepast aan hun lievelingsplek. Tussen de stenen blijven planten klein en laag bij de grond. Ze hebben lange wortels, die diep de grond ingaan.
|
Soms hebben ze dikke, opgezwollen
bladeren. Hierin bewaren ze veel water. Het is vaak droog en schraal tussen de stenen. Maar deze plantjes hebben dan toch nog water. De planten onder de bomen hebben
vaak veel grotere bladeren. Daarmee proberen ze het weinige zonlicht op te vangen. Ze hoeven niet bang te zijn voor uitdroging door de zon.
De strookjes gras langs de weg noemen we bermen. Soms staan de wegbermen vol bloemen. De meeste wegbermen worden echter vaak gemaaid, waardoor er veel minder bloemen zijn.
In de berm lopen vaak mensen. Ze trappen op de plantjes. En ook rijden er soms auto's overheen. Sommige planten, zoals 3. weegbree , kunnen daar tegen. Hun stevige blaadjes
liggen vlak op de grond. Ze worden tredplanten genoemd. Zaden van planten kunnen overal komen. Ze kunnen door de wind of het water worden meegenomen. Ook nemen
dieren of mensen de zaden wel per ongeluk in hun vacht of kleren mee. Vogels die 4. bessen eten nemen de zaden in hun maag mee en poepen ze op een andere plek weer uit.
Vaak ontkiemen die zaden. Op niet gebruikte, open plekjes kun je dat goed zien, bijvoorbeeld op plaatsen waar nieuwe grond is opgebracht of opgespoten. In die kale grond
ontkiemen zaden van allerlei planten. We noemen ze pionierplanten , omdat ze daar als eerste groeien. Sommige groeien uit tot volwassen planten. Andere gaan al snel dood.
Het volgende jaar groeien er weer andere planten. De pionierplanten, die er al stonden, worden overwoekerd. De planten volgen elkaar op. En langzamerhand verandert
zo'n rommelhoekje in een bosje. Als we heel lang zouden wachten, wordt het een echt 5. bos .
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de leesles:
1. Noem de groeivoorwaarden van een plant.
2.Hoe worden wilde planten ook wel genoemd?
3. Wat gebeurt er als je de natuur zijn gang laat gaan?
4. Waarom hebben de planten onder de bomen
vaak veel grotere bladeren?
5. Wat zijn pionierplanten?
Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Welke kleuren en vormen hebben paprika's?
2. Welke voordelen heeft het met de hand verwijderen van onkruid?
3. Waar dienen de kroonbladeren voor?
4. Welke aalbessen worden door vogels gegeten?
5. Wat is de taak van de paddenstoelen en andere schimmels in het bos?
-------------