|
Les 15: De spoorwegen van je lichaam Deze les is 16 februari 2009 geupdated. Bron: Leefwereld groep 7 Uitgeverij Jacob Dijkstra |
||||
| In ons lichaam zit veel bloed. Je kunt er wel 15 frisdrankblikjes mee vullen. Een baby heeft nog maar een blikje bloed. Het 1. bloed stroomt in je lichaam door stevige buizen. We noemen ze bloedvaten. Al die buizen staan met elkaar in verbinding. Tijdens die reis door je lichaam vervoert het bloed allerlei stoffen. Het haalt zuurstof op in je longen en voedingsstoffen in je darmen. Die stoffen brengt het bloed naar je hoofd, je spieren, je botten en naar alle andere lichaamsdelen. Op al die plaatsen ontstaan ook allerlei stoffen. Het bloed neemt die afvalstoffen mee terug. Zo werkt het bloed ook als reinigingsdienst. Het bloed is de trein, de bloedvaten zijn de rails waarop de trein rijdt. Al je organen zijn kleine stations. Je hart is het centraal station. De treinen rijden in een richting over elke rails. Bloed is rood. Dat komt door de rode bloedcellen in je bloed. Dat zijn onzichtbaar kleine schijfjes. Ze zorgen voor het vervoer van zuurstof. Er zweven ook kleine witte bloedcellen in het bloed. Die komen in actie bij een wondje. Door een wondje kunnen allerlei ziektekiemen naar binnen dringen. Witte bloedcellen bestrijden die ziektekiemen. Ze voorkomen dus dat je ziek wordt! Soms gaat een wondje zweren. Er komt dan wit sap uit: pus. Dit bestaat uit dode witte bloedcellen en dode ziektekiemen. Na een poosje bloedt het wondje niet meer. Op het wondje is een beschermend korstje ontstaan, een soort pleister. Hieraan hebben weer andere bloeddeeltjes meegeholpen: de bloedplaatjes.
|
Bloed stroomt niet vanzelf. Daar is en sterke pomp voor nodig: het hart. Het hart is een spier, zo groot als een vuist. Van binnen is die spier hol en hij is gevuld met bloed. Telkens knijpt die 2. spier zich samen. En pompt daarbij het bloed uit het hart weg. Dat gaat automatisch. Je hoeft er niet bij na te denken. Het gebeurt wel zeventig tot tachtig keer per minuut. Op die manier is je bloed voortdurend in beweging. Dat uitpompen van het bloed kun je voelen, bijvoorbeeld aan je pols. Maar ook op andere plaatsen. De pompbeweging van het hart noemen we de hartslag. Met je hand op je borst kun je de hartslag voelen. Met je oor tegen iemands borst kun je de hartslag horen. Als je hard gelopen hebt, klopt je hart sneller. Dan voel je het in je borst bonzen. Er wordt dan extra veel zuurstof naar de spieren vervoerd.Het hart heeft een linker- en een rechterhelft. Elke helft bestaat uit een boezem en een kamer. Tussen de boezems en de kamers zit een klep. Dat is een soort deurtje dat maar naar een kant open kan. Daardoor stroomt het bloed van de boezem naar de kamer en niet andersom, eenrichtingsverkeer dus. Het bloed wordt door de linkerkamer in een grote buis gepompt.
|
Dat is de 3. aorta , de lichaamsslagader. Die vertakt zich in grote slagaders, de hoofdkanalen van het bloed. Ze voeren het bloed naar de lichaamsdelen, zoals armen, benen, 4. hersenen en noem maar op. Hier vertakken de slagaders zich in steeds kleinere slagadertjes. Zo worden zuurstof en voedingsstoffen op ieder plekje in je lichaam afgeleverd. Met afvalstoffen en zonder zuurstof en voedingsstoffen gaat het bloed terug naar het hart. We noemen de buizen nu geen 5. slagaders meer, maar aders. Eerst zijn ze heel klein, maar ze komen bij elkaar en worden breder. Het bloed komt via de aders in de rechterboezem van het hart terug. Vanuit de rechterkamer wordt het bloed vervolgens naar de longen gepompt. Met zuurstof komt het bloed dan terug in de linkerboezem van het hart. Op de plaats waar we begonnen waren. Het bloed stroomt dus in een rondje. We noemen de rondgang van het bloed: de bloedsomloop. De slagaders helpen een beetje mee om het bloed rond te pompen. Ze hebben een stevige spierwand. die ook kan samenknijpen. Daardoor wordt het bloed dus ook verder gepompt. Slagaders kun je voelen kloppen, aders niet. Aders zijn een soort slappe fietsbanden, die niet kunnen samenknijpen. In de aders stroomt het bloed heel rustig. De bloedsomloop heeft een belangrijke taak in het lichaam. Het bloed moet blijven stromen. Daarom moet het hart zijn werk steeds goed kunnen blijven doen. Je moet er dus voor zorgen dat de hartspier in goede conditie blijft. Spieren worden sterker als je ze veel gebruikt. Bij de hartspier is dat net zo. Door te sporten en te bewegen blijft je hart sterk en gezond.
|
||
Beantwoord de volgende vragen over de tekst:
-------------
1. Welke stoffen worden in je bloed vervoerd?
2. Waardoor is je bloed rood gekleurd?
3. Wat doen witte bloedcellen?
4. Hoe ziet je hart eruit? Beschrijf dat eens.
5. Hoe noemen we de rondgang van het bloed?
-------------
Beantwoord de volgende vragen via de links
-------------
1. Wie help ik met mijn bloed?
2. Welke spiergroepen zijn er?
3. Hoe groot is de aorta bij een volwassene en hoeveel liter bloed vervoert hij in rust?
4. Wat is het volume van menselijke hersenen?
5. Wat zijn de verschillen tussen de aders en de slagaders?
-------------