Les 18: Stroom in huis
-------------

Elk huis en ook de school hebben een meterkast. Daarin zit een elektriciteitsmeter waarop je het verbruik van elektriciteit bij jou thuis of bij jou op school precies kunt nakijken. Als je dat regelmatig doet, weet je of je meer of minder elektriciteit verbruikt in bepaalde periodes. Je weet al dat in ons land elektriciteit wordt gemaakt in grote elektriciteitscentrales. Die centrales worden gestookt met gas, olie of steenkool of er wordt kernenergie gebruikt. In sommige landen gebruikt men water. In bergachtige streken zijn grote 1. stuwmeren aangelegd. Van grote hoogte valt het water op een schoepenrad. In onze centrales blaast er hete stoom tegen zo'n schoepenrad. Het draaiende schoepenrad zet een grote dynamo in beweging en zo ontstaat elektriciteit.De 2. elektriciteitscentrales leveren stroom van een hele hoge spanning, soms wel van 380.000 volt. Via hoogspanningsleidingen wordt de stroom verspreid. Die hoge spanning wordt verminderd tot 220 volt. Dat gebeurt met een transformator. Via een netwerk van kabels komt de stroom ten slotte de huizen binnen. Het woord elektriciteitsnet is dus niet zo gek gekozen. Onder de grond gaat er een kabel naar ons huis. In huis komt die kabel omhoog in de meterkast. Wat gebeurt er allemaal in de meterkast? Eerst zie je de hoofdkabel, die gaat naar een kastje waarin hij aansluit op een kabel die naar de elektriciteitsmeter loopt. Die meter meet hoeveel stroom er in het huis gebruikt wordt. Vroeger kwam er iemand van het elektriciteitsbedrijf één keer per jaar de stand opnemen. En daarna kreeg je een rekening over de verbruikte stroom. Tegenwoordig moet je zelf een kaart invullen met de meterstand en deze opsturen naar het elektriciteitsbedrijf. Ook is het mogelijk om via internet de stand in te vullen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boven de meter zit soms een aardlekschakelaar. Dat is een apparaat dat er voor zorgt dat de stroom wordt uitgeschakeld als er iets niet in orde is aan het dradennet in huis. Het is dus een soort beveiliging. Boven de aardlekschakelaar vind je de zekeringenkast. Je ziet dan een aantal stoppen of zekeringen zitten. Het eigenlijke woord is: smeltveiligheid. Wanneer er heel veel stroom wordt gebruikt, kan dat wel eens gevaarlijk worden. Want de draden in de buizen kunnen dan warm worden. In een stop moet alle stroom door een dun draadje. Als er veel stroom doorgaat, wordt het draadje heet en gaat gloeien, net als in een lamp. Als het draadje te heet wordt, smelt het door. Dan valt de stroom dus uit. We zeggen dan dat er een stop is gesprongen. De naam smeltveiligheid is je nu vast wel duidelijk. In nieuwe huizen wordt een kast met aardlekschakelaars geinstalleerd. Diverse groepen elektrische apparaten zijn hierop aangesloten. Komt er ergens kortsluiting dan schakelt de stroom zich vanzelf uit. Boven uit de zekeringenkast zie je drie elektriciteitsbuizen komen. Elke buis gaat naar een deel van het huis. Als in een bepaald deel te veel stroom wordt gebruikt, kan de bijpassende zekering smelten. Dat gebeurt bijvoorbeeld als er kortsluiting is in een snoer. Een groep, zo heet dat, valt dan uit. In andere delen van het huis is dan nog wel stroom. Die twee andere zekeringen zijn niet gesmolten. Je zit dus niet helemaal in het donker.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We doen heel veel met elektriciteit. Tal van elektrische apparaten maken het dagelijks leven heel wat prettiger. Sommige karweitjes gaan sneller en makkelijker wanneer je een elektrisch apparaat gebruikt. Denk maar eens aan een stofzuiger, een elektrische boor of een mixer. Met elektriciteit kunnen we licht, geluid, kracht en warmte maken. Het ene apparaat verbruikt meer elektriciteit dan het andere. Een wasmachine verbruikt veel meer stroom dan een wekkerradio of lamp. De hoeveelheid stroom die een apparaat verbruikt wordt uitgedrukt in 3. Watt (W). Dat staat altijd aangegeven op een plaatje op het apparaat. Al die elektriciteit krijgen we niet voor niets. Het kost geld om het te maken en te transporteren. Het elektriciteitsbedrijf rekent uit hoeveel het moet kosten en berekent die prijs aan de mensen die het gebruiken. Als je veel stroom gebruikt, moet je dus meer betalen dan wanneer je weinig stroom gebruikt. De elektriciteitscentrales verbranden gas, olie of kolen om elektriciteit op te wekken. Bij die verbranding vervuilen ze de lucht. Bovendien raakt de voorraad brandstof op. Als er kernenergie in de centrales wordt gebruikt, blijft er een hoeveelheid gevaarlijk afval over. Niemand weet hoe je dat goed moet opbergen. Alle redenen dus om zuinig met stroom om te gaan. Elektriciteit is voor ons heel gewoon geworden. Hoe gewoon merken we pas als er eens een storing in het elektriciteitsnet is. Al onze elektrische apparaten doen het dan niet meer. We voelen ons bijna letterlijk onthand.

 

 

 

 

 

 

 



Beantwoord de volgende vragen via de links
-------------

1. Hoe wekt een elektriciteitscentrale energie op?

2. Wat zijn de technische gegevens van de onderste en voornaamste installatie (Wasserfaalstuwmeer met Limbergdam)?

3. Waar komt het woordje WATT vandaan?
-------------