Les 22: De grote schoonmaak
-------------

Vuildeeltjes blijven makkelijk vastzitten aan je kleren of aan je lichaam. Soms zijn die deeltjes gemakkelijk weg te wassen. Suiker was je zo met water weg. Dat komt omdat suiker makkelijk oplost in water. Vetvlekken zijn veel lastiger. Vet moet eerst oplosbaar gemaakt worden. Daar heb je zeep voor nodig. Zeep trekt de vuildeeltjes los en maakt ze oplosbaar in water. In het leidingwater zit veel kalk opgelost. Zulk water heet hard water. Je kunt dat zien in de fluitketel. Als het water daarin verdampt, blijft het kalk achter. We noemen dat ketelsteen. Als er kalk in water zit, werkt zeep minder goed. Vroeger hadden de mensen daar geen last van. Ze wasten hun kleren met gewone zeep in regenwater. In regenwater zit geen kalk. Om die vervelende werking van kalk tegen te gaan, is er soms nog een stof aan het zeeppoeder toegevoegd. Die stof heet fosfaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fosfaten komen ook in de natuur voor. Zij zorgen ervoor dat planten extra goed groeien. Het zijn een soort meststoffen. Met het vuile waswater komen er dus veel fosfaten in het oppervlaktewater. Wier en algen gaan daardoor extra snel groeien. Het water wordt groen en troebel. Ze nemen dan het licht weg voor de andere planten. Als de algen afsterven en gaan verrotten, wordt er veel zuurstof verbruikt. Er blijft dan te weinig zuurstof over voor de vissen. De vissen gaan dood. Na een tijdje kan er in zulk water niets meer leven. Gelukkig zijn er nu ook fosfaatvrije wasmiddelen te koop. In zeeppoeder zitten nog meer hulpstoffen, bijvoorbeeld enzymen. Met een wasmiddel met enzymen kun je lastige vlekken uit je kleren halen zoals zweet- en bloedvlekken. Verder zitten er vaak bleekmiddelen, kleurstoffen en geurstoffen in zeeppoeder. Ook worden er wasverzachters ingestopt, die ervoor zorgen dat het wasgoed lekker aanvoelt. Veel van deze stoffen zijn schadelijk voor onze gezondheid en ook voor planten en dieren.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Behalve zeep gebruiken we nog andere schoonmaakmiddelen: kwastenreiniger, ontstopper voor de afvoer, w.c.-reiniger en meubelglans. In die schoonmaakmiddelen zitten allerlei stoffen. Veel van die stoffen zijn giftig. Sommige kunnen heel gemakkelijk branden. Wanneer je de verpakking van een schoonmaakmiddel bekijkt, zie je allerlei tekens. Die symbolen waarschuwen ons voor de slechte eigenschappen die het middel heeft. Het is goed dat wij onze huizen, onze kleren en ons zelf schoon houden. Anders heb je grote kans dat je een ziekte oploopt. Zeep en schoonmaakmiddelen helpen ons bij het schoonmaken. Na gebruik spoelen we deze middelen door de gootsteen weg. Maar ze zijn dan nog niet echt weg. Ze zijn in het riool terecht gekomen. Van daaruit stromen ze in sloten, kanalen, meren en vijvers. We noemen dat het oppervlaktewater. Het water raakt hierdoor vervuild met gevaarlijke en giftige stoffen. Schoonmaakmiddelen vormen een gevaar voor het milieu. Daarom moeten we er verstandiger mee omgaan. Vaak gebruiken we veel te veel van een bepaald middel. En hebben we wel zo veel soorten schoonmaakmiddelen nodig? Misschien is er ook een middel dat minder schadelijk is. Dat kost een beetje meer moeite, maar het spaart het leven van heel wat planten en dieren. Voor onze leefwereld mogen we ons best een beetje inspannen.

 

 

 

 

 

 

 



Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. Hoe heet het vet voor het smeren van onderdelen van voertuigen en rollend materiaal, onderhevig aan bijzondere zware specifieke belasting, met trage bewegingen?

2. Wat is zeep?

3. Waartoe leidt een teveel van fosfaat en stikstof in het water?

4. Hoeveel soorten symbolen bestaan er?

5. Welke schoonmaakmiddelen moet je zeker vermijden?
-------------