|
Les 26: In mei leggen alle vogels.... |
||||
| Het voorjaar is voor de meeste vogels de broedtijd. Er worden in de lente dan ook heel wat nesten gebouwd.
In dat nest worden de eieren gelegd en kunnen de vogels ongestoord broeden. Een nest is een veilige en warme plaats voor de jongen. Vooral zangvogels besteden veel
aandacht aan de bouw van hun kinderkamer. Het zijn echte bouwmeesters. Met hun snavel vlechten ze de nesten van takjes, grasjes, mos, dorre blaadjes en veertjes.
Af en toe gebruiken ze zelfs modder, plastic en ijzerdraad! De nesten hebben vaak de vorm van een kom en zijn van binnen bekleed met zachte veertjes, strootjes of mos. De "kunstwerkjes" liggen
meestal goed verstopt tussen de takken. Sommige vogels bouwen een soort dakje boven het nest. Daardoor krijgt het nest een bolvorm. De overkapping beschermt de jonge vogels zelfs aan de bovenkant.
1. meeuwen en 2. scholeksters maken eigenlijk geen echt nest. Ze krabben een kuiltje in het zand of tussen de schelpen. Ook veel grotere vogels, zoals reigers, maken zich niet erg druk bij het maken van hun nest.
Roofvogels bijvoorbeeld maken grote, slordig gebouwde nesten van dikke takken. Zulke nesten worden horsten genoemd.
|
Lang niet alle vogels nestelen tussen de takken. Spreeuwen, mezen en mussen bouwen hun nesten
in een hol, een gat of een andere beschutte ruimte. Deze vogels worden daarom holenbroeders genoemd. Holle bomen zijn voor hen de ideale plekjes.
Maar die zijn niet altijd even makkelijk te vinden. Daarom zoeken sommige holenbroeders een plekje onder dakpannen, in oude regenpijpen, in schoorstenen of zelfs in de brievenbus.
Gelukkig hangen er in veel tuinen nestkastjes. 3. Spechten hakken zelfs een holte uit in een boom. Er zijn ook vogels die een hol graven, zoals de oeverzwaluw en de 4. ijsvogel . Ze hebben aan hun tenen
een heel klein borsteltje om de aarde uit het hol te vegen. Ook de bergeend broedt onder de grond, maar hij gebruikt een oud konijnehol als nestruimte.
Sommige vogels maken een nest op de grond. Meestal zijn dat heel eenvoudig gebouwde nesten, zoals een kuiltje in de grond of een paar steentjes. Dit soort vogels heet grondbroeders.
De meeste weidevogels, zoals de grutto en de 5. kievit , nestelen op die manier.
|
Kieviten zorgen ervoor dat hun nest zo min mogelijk opvalt, want de eieren liggen zo voor
het oprapen. Ze camoufleren het nest daarom zo goed mogelijk tussen het gras. Bovendien hebben de eieren een schutkleur, ze zijn geelbruin en er zitten allerlei zwarte stippen en vlekken op.
Van een afstand zijn ze haast niet te ontdekken. Als de kuikens uit het ei gekomen zijn, verlaten ze het nest al na een paar uur. Zulke vogels worden nestvlieders genoemd. Vlieden is een ouderwets woord voor vluchten.
De ouders hoeven de kuikens niet te voeren, want de jonge kieviten scharrelen hun eigen kostje op.
Bij merels worden de jongen kaal en blind geboren. Ze zijn helemaal afhankelijk van de ouders. Die moeten hen voeren
en het nest schoon houden. De jongen blijven een paar weken in het nest, totdat ze uitvliegen. Daarom heten jonge merels nestblijvers.
De vrouwtjes van alle vogels leggen eieren. Van iedere vogelsoort zijn de eieren verschillend. Ze zijn er in allerlei soorten en maten. Sommige zijn hagelwit en andere hebben prachtige kleuren.
Maar van binnen zijn alle eieren gelijk.
Het is voor een jonge vogel een heel karwei om uit het ei te komen. Zonder hulp moet het de harde schaal van binnenuit
open hakken. Op de bovensnavel zit speciaal voor dat doel een hard knobbeltje: de eitand. Daarmee krast en pikt het jong net zo lang tegen de schaal tot er een gaatje ontstaat. Als het gat groter wordt, lukt
het de vogel tenslotte om zichzelf te bevrijden. De jonge vogel is geboren!
|
||
Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Wanneer komen de eieren van meeuwen uit en welke kleur hebben ze dan?
2. Wat zijn de kenmerken van een scholekster?
3. Waar bouwen spechten hun nieuwe nest?
4. Waar leggen ijsvogels hun eieren?
5. Wie let er op de eieren bij de kievit?
-------------