Les 30: Denk om de buren.
-------------

Overal om je heen zijn geluiden. Doe je ogen maar dicht dan hoor je ze beter. Met je oren kun je dat geluid opvangen, of het nou herrie is of lekkere muziek. Het is niet te hopen dat je later doof wordt. de wereld wordt dan stukken saaier. Je kunt anderen niet meer verstaan. Je hoort geen auto's meer aankomen op straat ook niet als ze toeteren. Dat is dus knap gevaarlijk. Trouwens met zo'n walkman op je hoofd... Geluiden zijn dus belangrijk ze hebben een functie. Geluid kun je niet alleen horen, je kunt het ook zien. Tokkel maar eens op een gespannen elastiekje. Je ziet het elastiekje trillen. Ook luchtdeeltjes gaan meedoen met die trilling. Steeds meer, want ze stoten elkaar aan. Ten slotte trilt de lucht in je oor ook mee: je hoort het geluid. Al die trillingen verplaatsen zich razendsnel, met een snelheid van ongeveer 300 meter per seconde. Ze zijn in een mum van tijd bij je oor. Daardoor hoor en zie je het trillen van het elastiekje bijna op hetzelfde moment. Geluid verplaatst zich dus door de lucht. Dichtbij klinkt het geluid sterker dan veraf. Een trillend voorwerp kan ook trillingen overdragen. Leg je oor op tafel en laat je buurman op de tafel tikken. Het klinkt oorverdovend. Het geluid kan zich beter door hout dan door de lucht verplaatsen. En door ijzeren buizen nog beter. Als je thuis centrale verwarming hebt, heb je geen huistelefoon nodig. Als je beneden tegen de buis tikt, hoor je het boven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In je oor zit een vlies dat kan meetrillen, het trommelvlies. Er scharnieren een paar botjes aan: de gehoorbeentjes. Die maken de trillingen groter en sturen het geluid naar het binnenste van je oor. Dit deel heet het slakkehuis, en is een soort microfoon. De geluidstrilling wordt daar veranderd in een elektrische trilling. Die gaat dan door je gehoorzenuw naar je hersens. Daar wordt bepaald wat je precies hoort. Wees maar zuinig op je eigen "gehoorapparaat". Slechthorende of dove mensen hebben een mankement aan hun gehoororgaan. Ze moeten een gehoorapparaat dragen. Geluiden kunnen heel verschillend zijn. Denk maar aan stemmen. Een stem van een bekend iemand herken je onmiddellijk. Geluiden kunnen hoog of laag, hard of zacht zijn. Hele hoge tonen kunnen we niet horen. Vleermuizen en dolfijnen kunnen dat wel. Uilen kunnen het zachtste geritsel al horen. Sommige leraren ook..... Harde geluiden kunnen pijn doen aan je oren. Het sist en fluit dan in je oren. Te harde geluiden beschadigen ons oor, zeker als dat geluid lang duurt. Je oor kan zich dan niet meer herstellen. Op den duur kan je daar doof van worden.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geluidssterkte meet je in decibels. Afgekort is dat dB. Met een decibelmeter kun je meten hoe hard een geluid is. Zacht fluisteren is 20 decibel en een popconcert is 110 decibel . In Nederland wonen we met veel mensen dicht op elkaar. Al die mensen, hun machines en het verkeer maken het geluid. Alles bij elkaar is dat vaak een grote herrie. Veel mensen hebben last van dat lawaai. We spreken dan van geluidshinder. Geluidshinder kun je voorkomen. Kijk eerst waar het geluid vandaan komt, dat is de geluidsbron (bijvoorbeeld de cd-speler). Misschien kun je die zachter zetten. Zet desnoods een koptelefoon op. Je kunt een geluidsbron ook goed inpakken. De geluidstrillingen worden dan niet doorgegeven. Je kunt geluid dus dempen. Een verkeersweg door een woonwijk is geen pretje. Maar met een geluidsmuur ernaast valt het lawaai wel mee. In fabrieken met veel lawaai dragen de mensen oordoppen. Daarmee beschermen ze hun oren. Maar voor alles geldt: voorkomen is beter. Laten we zacht zijn voor elkaar!

 

 

 

 

 

 

 



Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. Wat is perceptiedoofheid?

2. Wanneer zijn trommelvlies buisjes minder vaak nodig?

3. Wat zijn de kosten van een hoortoestel en wordt dit vergoed door de zorgverzekeraars?

4. Waar ligt de pijngrens?

5. Wat kost de autoshop draadloze koptelefoon?
-------------