Les 4: Bossen en bomen.
-------------

Een landschap zonder bomen is in ons land ondenkbaar. Langs akkers en rond boerderijen, in bijna iedere tuin en ieder park staan bomen. Er zijn ook bossen in Nederland, ongeveer 300.000 ha. Dat zijn bijna 600.000 voetbalvelden naast elkaar. Dat lijkt veel maar toch is ons land arm aan bos. Voor elke ha. bos in Nederland zijn er meer dan 13 zonder bos. Op deze grond liggen huizen, wegen, weilanden en akkers. Vroeger was bijna heel ons land bedekt met bos. Holland betekent eigenlijk "holtland" of houtland. Maar de mensen die hier kwamen wonen hadden akkers en timmerhout nodig. Dus werden de bossen in brand gestoken en gekapt. Van het hout werden huizen en schepen gebouwd en vuren gestookt. Kale woeste gronden en uitgestrekte heidevelden waren het gevolg. Alleen de schapen konden er nog grazen. Ze waren de mestleveranciers voor de akkers. Tweehonderd jaar geleden was er bijna geen bos meer over. De laatste bomen en stukjes bos werden zelfs beschermd: op het kappen stonden strenge straffen. Er was dus ook geen timmerhout meer te krijgen. Daarom besloot men de woeste gronden opnieuw te bebossen. In kaarsrechte rijen werden jonge bomen aangeplant. Alle bossen in Nederland zijn op die manier aangelegd. We noemen dat soort bossen cultuurbossen. Natuurbossen zijn in ons land verleden tijd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig laat men het bos veel meer zijn gang gaan. Er komen open plekken en omgevallen bomen blijven liggen. In het dode hout krioelt het van de insekten. Vogels en andere dieren vinden er hun tafel gedekt. Jonge boompjes groeien er spontaan uit de gevallen zaden. Een bos zou je kunnen vergelijken met een flatgebouw. Ieder dier of iedere plant heeft er zijn eigen etage. Zo zit niemand een ander in de weg. De boomkruinen vormen de hoogste etage. Ze vangen het meeste licht op. Het is de woonplats van eekhoorns, spechten en vlaamse gaaien. Ook de 1. buizerd en de 2. sperwer hebben er hun horst of nest. Een etage lager komen we terecht in de struiken. Merels, roodborstjes en mezen vinden daar volop voedsel. Weer een etage lager zitten we midden tussen de varens en grassen. We noemen dat de kruidlaag of plantenlaag. Het is de kinderkamer van het bos want je vindt er heel jonge boompjes. En er scharrelen egels, 3. muizen en padden rond. Wil je nog lager kijken, dan moet je met je neus op de grond. Deze laag van mossen en zwammen beschermt de bodem van het bos tegen uitdrogen. De bosflat heeft ook nog een kelder: de bodem met 4. wormen en andere kleine diertjes. Zo is elke verdieping in het bos eigenlijk een wereld apart.











 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bossen leveren ons hout. Toch is dat niet de enige of belangrijkste functie van het bos. We moeten juist niet alles gebruiken, maar zuinig zijn op het weinige bos dat er nog is. Zelfs in ons overvolle land kun je in het bos nog rust en stilte vinden. Je kunt er fijn wandelen of picknicken. En al zijn er nog zoveel mensen, je hebt bijna geen last van elkaar. Bossen dienen vooral als woonplaats van allerlei dieren. Ze vinden er hun voedsel en een veilige plaats om hun jongen groot te brengen. Bossen beschermen ook de bodem. De bomen houden met hun wortels de grond vast, zodat wind en water er geen vat op krijgen. Niet voor niets plantten de mensen vroeger bossen aan op 5. stuifzanden .

 

 

 

 

 

 

 



Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst

1. De buizerd is een carnivoor. Wat is dat?

2. Hoe zwaar weegt een vrouwtjessperwer?

3. Noem 5 beroemde muizen.

4. Tot hoe diep kunnen wormen graven?

5. Welke beek stroomt door het Aekingerzand?
-------------