|
Les 10: Botje bij botje | ||||
| Botbreuken zijn lastig en vervelend. Toch is het maar wat fijn dat wij botten hebben. Zonder botten zouden wij als een plumpudding
in elkaar zakken. Er zitten aan je botten ook spieren vast die je overeind houden. Botten geven bovendien steun en stevigheid. Ze beschermen eveneens inwendige organen, zoals het hart en de longen.
De schedel vormt een stevige doos voor de zachte hersenen. Botten zijn een soort buizen met een harde, stevige buitenkant. De harde buitenlaag bestaat uit kalk met lijmstoffen.
Binnenin zit het zachtere beenmerg. Dit beenmerg is een opslagplaats van vet. Op enkele plaatsen in ons lichaam zit ook kraakbeen.
In je oorschelp zit kraakbeen en ook in het puntje van je neus. Het is erg buigzaam en niet erg stevig. Het bevat veel lijm.
De botten van kleine kinderen bestaan voornamelijk uit kraakbeen. Die botten zijn nog een beetje
buigzaam, want er zit nog weinig kalk in. Volwassenen hebben kalkrijke botten . Die zijn onvervormbaar en hard, en breken als ze te sterk gebogen worden.
In onze benen zitten stevige, ronde beenderen. Ze kunnen in verticale stand je hele gewicht dragen.
Toch zijn ze niet zwaar, want ze zijn hol van binnen. We noemen ze pijpbeenderen.
Als zo'n bot echter in het midden belast wordt, kan het breken. Aan je ribbenkast zitten platte botten. Die botten zijn gebogen.
Daardoor kunnen ze wel druk in het midden opvangen. Die gebogen vorm maakt ook een ei of een schelp heel stevig. Onze hersenpan is niet voor niets rond.
|
Alle botten samen noemen we het geraamte. Het bestaat uit drie delen: de schedel, de romp en de ledematen.
Bij elkaar hebben we meer dan tweehonderd botten in ons lichaam. Alleen al je schedel bestaat uit 29 botjes. Bij een baby zijn die botten nog niet geheel met elkaar vergroeid.
Tussen enkele botten zitten nog openingen: de fontanellen. Na ongeveer anderhalf jaar zijn die fontanellen dichtgegroeid.
De onderkaak is dan nog het enige bewegende deel van de schedel.
We hebben een handig geraamte: het is stevig en toch soepel. Stel je voor dat je rug uit een grote, stevige plaat bestond. Dan zou je geen buiging meer kunnen maken. Daarom bestaat je ruggegraat uit 33 botjes: de wervels.
|
Tussen al die wervels zitten stevige, elastische schijven.
Daardoor kun je je rug buigen. De bovenste wervels laten je hoofd perfect draaien. De onderste zitten aan elkaar gegroeid.
Het is je stuitje. Het kan veel pijn doen als je er op valt. Die ruggegraat is eigenlijk een grote buis voor al je "telefoonkabels".
Want zo kun je de zenuwen noemen die van en naar je hersenen lopen. Je rug is uiterst kwetsbaar, wees er maar zuinig op!
Veel mensen gebruiken hun rug verkeerd. Jij ook? Sta en zit goed rechtop, dan kweek je een sterke rug.
Al die losse botten zitten op slimme manieren aan elkaar vast. Sommige verbindingen zijn onbeweeglijk, zoals de botten in je schedel.
Veel botten zitten met kraakbeen aan elkaar vast. Dat is al wat buigzamer. Maar het meest beweeglijk zijn de gewrichten.
Door deze verbindingen kunnen we ons bewegen. Je onderarm kan alleen maar heen en weer bewegen.
Het is net een scharnier. We noemen dit een scharniergewricht. Er zijn nog veel meer soorten gewrichten. Met je bovenarm
kun je alle kanten uit bewegen. Dit gewricht lijkt wel op de trekhaak van een auto. Daarom heet het een kogelgewricht.
De gewrichten mogen niet gauw slijten. Daarom zijn de uiteinden van de botten bedekt met een laagje kraakbeen. Dat is een soort elastisch stootkussen. Stevige banden houden de botten bij elkaar.
| ||
1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:
1. Waar dienen botten voor?
2. Waar bestaat de harde buitenlaag van botten uit?
3. Wat zijn pijpbeenderen?
4. Uit welke delen bestaat het geraamte?
5. Wat voorkomt snelle slijtage van de gewrichten?
2. Volg de links in de leestekst en beantwoord de volgende vragen daarover:
1. Wat zijn willekeurige spieren?
2. Hoeveel botten heb je ongeveer in je lichaam?
3. Waarvoor heeft en mens een schedel?
4. Waar bestaat de ruggengraat uit?
5. Waar bestaat een gewricht uit?