|
Les 16: Een ongeluk zit in een klein hoekje |
||||
|
Iedereen heeft het wel eens meegemaakt. Een vriendje
kijkt niet uit en valt met de fiets. Je morst hete thee over je been.
Op het schoolplein krijgt iemand zomaar een bloedneus.
Een voetballer verzwikt op de training zijn enkel.
Je vader snijdt zich met een mes in z'n vinger. Dit soort kleine
ongelukjes gebeurt overal en bijna dagelijks.
Er gebeuren soms ook grotere ongelukken. Meestal is er op dat
moment geen dokter of ambulance in de buurt.
Dan moeten mensen die er toevallig zijn de eerste hulp verlenen.
We noemen dat EHBO: Eerste Hulp Bij Ongelukken. Soms zijn
mensen in levensgevaar en moet er snel gehandeld worden.
Op zo'n moment moet je precies weten wat je wel en wat je niet moet doen.
Zo kun je zelfs iemands leven redden. Je schrikt vaak van een ongeluk.
Toch moet je proberen niet in paniek te raken.
Voor EHBO heb je pleisters, verband, watten en een schaar nodig.
Dit "gereedschap" hoort in een verbanddoos. Dat kan een klein verbanddoosje
zijn voor onderweg. In fabrieken en sporthallen heb je een grote verbanddoos nodig. In autobussen en taxi's is een verbanddoos zelfs verplicht.
Een verbanddoos moet je makkelijk kunnen pakken. De doos moet na gebruik steeds weer aangevuld worden: hij moet klaar zijn voor gebruik.
Iedereen heeft wel eens een wondje gehad. De huid is beschadigd en door die beschadiging kunnen er ziektekiemen binnendringen.
Dan kun je een infectie krijgen en daardoor geneest de wond langzamer.
|
Daarom moet je een wond altijd afdekken. Bij een kleine snijwond of schaafwond kan dat met een pleister of een steriel gaasje. Steriel betekent:zonder ziektekiemen. Met een beetje betadine op de wond kun je de ziektekiemen doden.
Raak de wond nooit aan, anders komt er nog meer vuil in. Blijf ook af van dat stukje van de pleister of het verband dat op de wond komt. Als een wond erg bloedt, is er geen betadine nodig. Dan spoelt het bloed de ziektekiemen de wond uit. Houd het gewonde lichaamsdeel een beetje omhoog, dan wordt het bloeden minder. Leg een steriel gaasje op de wond en leg een dekverband aan. Geef het gewonde lichaamsdeel daarna rust en steun.
Ga met een grote wond even naar de dokter. Soms moet zo'n wond
gehecht worden.
|
Elk ongeluk heeft een oorzaak. Soms ligt het aan een onveilige omgeving.
Denk maar eens aan een gevaarlijk kruispunt. Ook door mist, gladheid of storm kunnen ongelukken worden veroorzaakt. De meeste ongelukjes gebeuren in en om het huis.
We gedragen ons ook niet altijd even veilig. We gaan onhandig om met gereedschap en messen. Veel mensen lopen brandwonden op in de keuken of bij de barbecue.
Wij willen de dingen vaak te vlug doen. Als het erg druk is, gebeuren er meer ongelukken. Dan gun je jezelf geen tijd om op te letten. Vooral in het verkeer is dat levensgevaarlijk.
Soms doe je dingen die je eigenlijk nog niet kunt. Of je doet gevaarlijke spelletjes. Dan neem je te veel risico.
We kunnen ons veiliger gedragen, en bovendien kunnen we onze omgeving veiliger maken. Laat thuis bijvoorbeeld geen rommel slingeren. Dan kun je er ook niet over struikelen.
De regering helpt mee om de omgeving veiliger te maken door voorschriften te geven voor veiliger produkten, bijvoorbeeld
voor speelgoed en elektrische apparaten. En giftige stoffen moeten in flessen met een kinderveilige sluiting. Zo kunnen ongelukken voorkomen worden.
|
||
1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:
1. Wat betekent EHBO?
2. Wat heb je voor EHBO nodig?
3. Wat is een infectie?
4. Wat betekent steriel?
5.Wat doet de regering om de omgeving veiliger te maken?
-------------
2. Volg de links in de de leestekst en beantwoord de vragen:
1. Wat moet je doen bij een vuiltje in je oog?
2. Waarvoor mag je steriel gaas gebruiken?
3. Welk speelgoedbeest wordt als bron van ziektekiemen gezien?
4. Hoe weet je dat je kind mazelen heeft?
5. Plakt Betadine zalfgaas aan de wond?
-------------