Les 22: Licht en lenzen
-------------

Vol aandacht loert Stanley door zijn vergrootglas. "Wat een monster, zo'n bladluis." Asker lacht. "Ik weet met dat vergrootglas nog een truc." Hij zoekt wat droog gras en papier bij elkaar. "Let op," zegt hij, en hij houdt het vergrootglas op een bepaalde afstand tussen het brandstapeltje en de zon. Dan begint het te smeulen. Voorzichtig blaast hij erin. En ja hoor, daar schiet de vlam erin. "Te gék," roept Stanley, "het brandt!" Asker speelde met de lichtstralen van de zon. Meestal zie je geen stralen, maar soms zie je ze door de wolken heen breken. Gewoonlijk gaan lichtstralen rechtuit. Ze kunnen de bocht niet om. Licht kun je pas zien als het ergens tegenaan schijnt. De lichtstralen kaatsen terug. Op een glad oppervlak kaatsen ze in een rechte lijn terug. In een spiegel krijg je zo een spiegelbeeld. Valt het licht schuin op de spiegel, dan kaatst het ook schuin terug. Je hebt vast wel eens met spiegeltjes en terugkaatsende zon gespeeld. Ook op een nat wegdek kaatst de zon in je gezicht terug. Het terugkaatsen is goed vergelijkbaar met een stuiterende bal. Op een ruw oppervlak kaatst het licht alle kanten op. Op een ruwe muur kun je jezelf niet zien, op een spiegelgladde muur wel. Glas en water zijn doorzichtig. daar kan het zonlicht gemakkelijk doorheen schijnen. Licht dat loodrecht invalt, gaat ongebroken verder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met schuin invallende licht gebeurt iets vreemds. Lichtstralen die schuin door glas of water schijnen worden van richting veranderd. Er komt een knik in de lichtstralen. Dit heet lichtbreking. Een stok die schuin in het water staat lijkt daardoor gebroken. Als je in het zwembad staat en naar beneden kijkt, lijk je korter. de bodem van het zwembad komt als het ware omhoog. Dat is lastiger voor een reiger bij het jagen op vis. Hij moet voortdurend rekening houden met de lichtbreking. de vis ziet dieper dan hij hem ziet! Een lepel in een glas water lijkt niet alleen gebroken maar ook groter. Het water werkt dan als een vergrootglas of een lens. Lenzen zijn stukjes glas met een speciale vorm. Ze zijn in het midden bol, of juist hol. de lichtstralen die door lenzen vallen worden extra gebogen. Holle lenzen buigen de lichtstralen uit elkaar. Daarmee verkleinen ze een voorwerp. Bolle lenzen buigen de lichtstralen naar elkaar toe. Een voorwerp dat je door zo'n lens bekijkt lijkt daardoor groter. Het punt waar al het licht bij elkaar komt heet brandpunt. Het licht wordt daar heel erg versterkt en kan zelfs brand veroorzaken. Daar maakt Asker met zijn "brand"glas handig gebruik van!













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lenzen worden overal voor gebruikt. Je vindt ze in brillen en microscopen, maar ook in vuurtorens. In verrekijkers en microscopen zitten meerdere lenzen. Dat versterkt de vergroting. Met een bolle lens of een vergrootglas kun je een foto maken. Houd een vergrootglas tussen een wit vel papier en het raam. Nu zie je op het papier de buitenwereld, alleen omgekeerd! Stel het beeld scherp door de afstand tussen de vergrootglas en het papier te veranderen. De lens geeft het beeld op de kop en in spiegelbeeld weer. Bij het brandpunt hebben de lichtstralen elkaar gekruist. Lichtstralen die door een klein gaatje vallen kruisen elkaar ook. Een gaatje werkt dus precies hetzelfde als een lens. In een doos met een gaatje kun je een omgekeerde afbeelding maken. Zo'n doos lijkt op een fototoestel. Alleen zit daar op de plaats van het gaatje ook een lens. In het toestel wordt het omgekeerde beeld opgevangen op lichtgevoelig materiaal: het filmrolletje. Zonlicht lijkt wit. Toch is het een mengsel van kleuren. Dat heeft Newton ontdekt, toen hij lichtstralen op een prisma liet schijnen. Een prisma is een driehoekig stuk glas. De lichtstralen worden door een prisma verschillend afgebogen. Er onstaat dan een veelkleurige lichtbundel van rood, oranje, geel, groen, blauw, paars en violet. Samen vormen ze het kleurenspectrum. Deze kleuren zie je ook in de regenboog. De regendruppels werken als spiegeltjes en kaatsen het zonlicht terug. Elke kleur wordt apart teruggekaatst, net als in een prisma. Als zonlicht op een aquarium valt, zie je soms ook regenboogkleuren.

 

 

 

 

 

 

 





1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:

1. Wanneer kun je licht pas zien?

2. Wat is lichtbreking?

3. Wat is een lens?

4. Wat doen holle lenzen?

5. Wat is een prisma?
-------------




2. Volg de links in de leestekst en beantwoord de volgende vragen:

1. Als je probeert met links te schrijven als je rechts bent, heb je de neiging om in spiegelbeeld te schrijven. Hoe komt dit?

2. Bekijk de site maar eens over lichtbreking.

3. Wat is een vergrootglas?

4. Wanneer kon men met een brandglas vuur maken?

5. Is een flits van een fototoestel schadelijk voor de ogen van een hond?