Les 25: We zitten er warmpjes bij
-------------

De zon geeft warmte af. Die warmte kun je niet zien, maar wel voelen. De zonnestralen verwarmen de lucht, het water en de aarde. Daardoor is er leven op de aarde mogelijk. Wij kunnen niet zonder die warmte. Dan verwarmen we onze huizen met kachels of centrale verwarming. Het water in de centrale verwarming wordt verwarmd door gas of olie te verstoken. De radiatoren geven de warmte weer door aan de kamers. Ook in de keuken en in de douche gebruiken we heet water. We gebruiken eveneens warmte om ons eten te koken. In koud water worden de aardappels niet gaar! Met warmte kun je van alles doen. Warmte ontstaat niet alleen bij verbranding. Wrijf maar eens stevig met je handen over elkaar. Je voelt dat ze warm worden. Datzelfde kan gebeuren bij het touwklimmen in het gymlokaal. Door snel langs het touw naar beneden te glijden, loop je de kans je handen te verbranden. Die warmte noemen we wrijvingswarmte. Als we ijzer verwarmen, wordt het een klein beetje groter. We zeggen dat ijzer door verwarming uitzet. Niet alle stoffen zetten evenveel uit. Koper zet meer uit dan ijzer. Als die stoffen afkoelen, krimpen ze weer. Dat uitzetten en krimpen is soms knap lastig. Spoorrails kunnen niet zomaar tegen elkaar aangelegd worden, want bij warm weer zetten ze uit en dan zouden ze krom gaan staan. Vandaar dat men tussen twee stukken spoorrails altijd een kleine opening laat. Ook vloeistoffen zetten uit bij warmte. Deze eigenschap wordt toegepast in de thermometer. Bij warmte stijgt het kwik of de alcohol in het buisje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaste stoffen kunnen door warmte veranderen in vloeistoffen. Dit noemen we smelten. Een ijslollie smelt in de zon en de boter smelt in de koekepan. Als je het gas weer uit doet, wordt de boter weer hard. Dat noemen we stollen. IJs smelt al bij 0 graden Celsius, maar ijzer pas bij 1500 graden Celsius. Elke stof heeft zijn eigen smeltpunt. Dat is de temperatuur waarbij een stof overgaat van vast naar vloeibaar en omgekeerd. Warmte kan zich verplaatsen. Meestal gebeurt dat met behulp van een andere stof. Roer maar eens met je lepel in hete soep. De lepel wordt warm. En langzaam maar zeker gaat de warmte via het metaal naar je hand. De lepel geeft de warmte door. Radiatoren van de c.v. zijn van metaal gemaakt. Ze geven de warmte goed af aan de lucht in de kamer. Metaal is een goede warmtegeleider. Pak een hete pan met metalen handgrepen maar met pannelappen beet, anders verbrand je je vingers. Veel pannen hebben daarom handgrepen van kunststof. Kunststof geleidt de warmte minder goed. Warmte kan zich ook verplaatsen door lucht. Als lucht wordt verwarmd, gaat ze omhoog. Boven de warme kachel stijgt de verwarmde lucht op en stroomt langs het plafond weg. Ze koelt langzaam af en zakt daardoor weer naar beneden. Zo ontstaat er een luchtstroom door de kamer. De warmte wordt dan verplaatst door stroming. Daarom is het aan de grond vak kouder dan aan het plafond.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In een pan met heet water op het gas gebeurt eigenlijk hetzelfde. Het warme water zet uit en stijgt op. Het koelt daar af en zakt weer naar de bodem. Daar wordt het opnieuw verwarmd en stijgt weer op. Zo wordt de warmte door de hele pan verspreid. Misschien heb je wel eens bij een groot haardvuur gezeten. Je gezicht wordt lekker warm, maar je rug blijft koud. Dat komt doordat het vuur warmtestralen afgeeft. Die vallen wel op je gezicht, maar niet op je rug. We noemen dat stralingswarmte. De warmte wordt verplaatst zonder hulp van een andere stof. Ook de zonnewarmte op je huid is daar een voorbeeld van. Voorwerpen met een hogere temperatuur dan hun omgeving stralen warmte af. Een door de zon verwarmde steen straalt 's nachts die warmte weer uit. Soms is het lastig, dat warmte zich verplaatst. Dat proberen we dan te voorkomen. Koffie blijft in zo'n thermoskan lekker warm. Zo'n fles heeft een dubbele wand, met daartussen een laagje stilstaande lucht. Lucht die niet kan bewegen geeft de warmte slecht door. Dat noemen we isolatie. Isoleren is eigenlijk niets anders dan warmte op een bepaalde plek houden. Onze kleren doen hetzelfde voor ons. Veel dieren houden hun lichaamswarmte vast door een vacht of door een verenkleed. Ook huizen worden steeds beter geïsoleerd. Zo wordt voorkomen dat alle warmte door de muren en het dak verdwijnt. De gasrekening is op die manier een stuk lager, en toch zitten we er 's winters warmpjes bij.

 

 

 

 

 

 

 





1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:

1. Wat is wrijvingswarmte?

2. Wat is smelten?

3. Wat is stollen?

4. Wat is een goede warmtegeleider?

5. Wat is isolatie?
-------------




2. Volg de links in de de leestekst en beantwoord de vragen:

1. Waar bevindt zich wrijving bij een aardbeving?

2. Zet een vaste stof of vloeistof meer uit?

3. Wanneer gebruikt men krimpfolie?

4. Wat zijn de snelst smeltende ijsmassa's ter wereld?

5. Wanneer gaat bloed stollen?
-------------