|
Les 27: De suikerfabriek Bron: Methode Leefwereld van Jacob Dijkstra |
||||
| Zonder planten kunnen we niet leven. Alles draait om de planten.
Wij eten planten en vlees van dieren, maar die dieren eten ook weer planten. Planten eten geen andere planten.
Zij leven van de zon, de lucht en de aarde. Daar kunnen wij niet van leven. Planten kunnen zonne-energie rechtstreeks opslaan.
Wij hebben daar apparaten voor nodig. En dan nog kunnen wij er niet van eten. Het levert slechts warmte of elektriciteit op.
Planten leven van de zon en zij maken iets waar wij weer van kunnen leven. Eigenlijk zijn het een soort fabrieken.
Geen enkele fabriek kan zonder grondstoffen. Daarvan wordt het produkt in elkaar gezet. Voor een autofabriek is dat bijvoorbeeld ijzer.
En voor een klompenfabriek is dat hout. Om auto's en klompen te kunnen maken, heb je energie nodig. Anders draaien de machines in de fabriek niet.
Bovendien ontstaat er in elke fabriek afval.
Eigenlijk zitten er in een plant heel veel kleine fabriekjes. Je kunt ze alleen onder een microscoop zien. Het zijn kleine groene
bolletjes. We noemen ze bladgroenkorrels. De meeste van die korrels zitten in de bladeren. Daarom hebben die een groene kleur.
Maar ook op andere plaatsen kom je ze tegen. Overal waar een plant groen is, zitten bladgroenkorrels.
|
De bladgroenkorrels zijn kleine suikerfabriekjes. Ze maken alleen geen gewone suiker, die je in de suikerpot vindt.
Er wordt druivesuiker gemaakt. Net als echte fabrieken hebben ze daar grondstoffen voor nodig.
De ene grondstof is water. Dat wordt met de wortels uit de grond gehaald. Door kanaaltjes wordt het omhoog gezogen naar de bladeren.
De andere grondstof heet koolzuurgas. Koolzuurgas zit om de lucht om ons heen. Aan de onderkant van de bladeren zitten piepkleine openingen: de huidmondjes.
Hiermee haalt de plant koolzuurgas uit de lucht. Van water en koolzuurgas wordt in de bladgroenkorrels suiker gemaakt. Dat kan alleen als er zonlicht op de bladgroenkorrel schijnt.
Zonder licht gebeurt er niets. De fabriek draait dus op zonne-energie! Maar de suikerfabriek levert ook afval. Dat afval is een gas, namelijk zuurstof.
De bladeren hebben geen schoorsteen, maar wel huidmondjes. Daardoor komt de zuurstof in de lucht terecht.
|
De plant gebruikt de suiker die hij gemaakt heeft als voedsel. Zonder dat voedsel kan hij niet leven.
Dat is de reden waarom planten die in het donker staan dood gaan. Daarom zijn bladgroenkorrels ook zo belangrijk. Een plant kan er zijn eigen voedsel mee maken!
Planten kunnen leven van de suiker die ze zelf maken. Ze kunnen er echter niet van groeien.
Daarvoor hebben ze voedingsstoffen uit de grond nodig. Wortels zuigen die stoffen met water en al op uit de bodem. Op de akkers
en in de tuin worden planten daarom regelmatig bemest.
Niet alle druivesuiker wordt door de plant gebruikt. De suiker die de plant overhoudt wordt omgezet in zetmeel. Zetmeel is voor de plant een reservestof.
Het wordt als voedsel gebruikt als het donker is of als er geen bladeren aan de plant zitten.
Daarom kunnen tulpebollen zo snel groeien in het voorjaar. De bollen zitten vol reservevoedsel.
Mensen en dieren hebben geen bladgroenkorels. Ze kunnen dan ook niet hun eigen voedsel maken, zoals de plant dat kan.
Zonder voedingsstoffen uit planten kunnen zij niet leven.
Daarom eten wij planten, zoals tomaten , sla en aardappelen. Aardappelen zijn door de plant volgestopt met zetmeel. Dat zetmeel
hebben wij nodig als brandstof voor onze "motor". Er is nog een reden waarom wij niet zonder planten kunnen.
Planten maken ook zuurstof. Voor de plant is het afval, maar wij maken er dankbaar gebruik van.
Wij kunnen geen moment zonder zuurstof. Je ziet: alles draait om de planten met hun bladgroenkorrels. Alles wat leeft op aarde
is afhankelijk van planten.
|
||
1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:
1. Waar leven planten van?
2. Hoe heten de kleine groene bolletjes?
3. Waar wordt druivesuiker van gemaakt?
4. Welk afval levert de suikerfabriek?
5. Waarom kunnen wij niet zonder planten?
-------------
2. Volg de links en beantwoord de volgende vragen:
1. Wanneer werd de dertig miljoenste Opel gefabriceerd?
2. Hoe wordt een klomp op maat gemaakt?
3. Wanneer zijn de bladgroenkorrels niet meer nodig?
4. Waardoor schijnt een baby beter te slapen?
5. Wie bracht de tomaat naar Europa?
-------------